Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sterkte - (kracht)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sterkte znw., reeds later-mnl., mnd. Naast ’t oudere mnl. stercde v. (Limb. Serm.), mnd., mhd. sterkede v. Nog ouder is mnl., mnd., onfr. sterke, ohd. sterchî (nhd. stärke) v.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Sterkte, bron van geestelijke kracht.

In deze betekenis is dit woord typisch bijbels; zie bijvoorbeeld de volgende aanhaling uit het bijbelboek Psalmen: 'Hij zeide: Ik heb U hartelijk lief, Here, mijn sterkte, o Here, mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder, mijn God, mijn Rots, bij wie ik schuil, mijn schild, hoorn mijns heils, mijn burcht' (Psalmen 18:2-3, NBG-vertaling). Er staat meestal een bezittelijk voornaamwoord voor, dus mijn, uw, etc. De uitdrukking is inmiddels verouderd. Zie ook rots. 'Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven?' (NBV).

Liesveldtbijbel (1526), Psalmen 18:2. Ic ben v vrienthout HERE mijn stercte.
[...] Daarvoor is de toon van deze verzen [van J.C. Bloem] te edel! Aan de andere kant is dat besef ook een laatste levenskans, een sterkte zelfs, een in alle droefheid en leegte nauwelijks begonnen weerstand en geluk. (Nieuwe Rottersamse Courant, 10-5-1947)
ze zocht radeloos naar iets dat haar de laatste dagen een sterkte, een rots was geweest, om zich daarop terug te trekken... (L.P. Boon, De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren, 1980 (1953/1956) , p. 312)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sterkte ‘kracht, versterking’ -> Gã state ‘versterking’; Zuid-Afrikaans-Engels sterkte ‘tussenwerpsel: houd moed’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sterkte* kracht 1434-1436 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut