Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stereotiep - (bij elke gelegenheid terugkerend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

stereotiep bn. ‘bij elke gelegenheid terugkerend’
Nnl. Stereotype, vaststaand drukschrift [1824; Weiland], Die fout is bijna stéréotype [1858; iWNT], bedienen zij zich van stereotiepe mooiheidjes, beelden en vergelijkingen [1879-1904; iWNT mooiheid], Dit litteraire motief is volkomen stereotyp geworden [1930; iWNT].
Ontleend aan vero. Frans stéréotype (bn.) ‘bij elke gelegenheid terugkerend’ (tegenwoordig stéréotypé). Dit Franse woord is oorspr. een drukkersterm met de betekenis ‘gedrukt met behulp van een plaat (die zelf op basis van een letterzetsel is vervaardigd)’ [1797; TLF]. Voor het tweede lid -type, hier in de typisch Franse drukkersbetekenis ‘op een bepaalde wijze gedrukt’ [1786; Rey], zie → type; het eerste lid verwijst hier naar de oorspr. Griekse betekenis van stereós ‘vast, stevig’, zie → stereo-. De Franse betekenisontwikkeling is vergelijkbaar met die van → cliché.
Het Franse woord is ook als technische drukkersterm ontleend: stereotype “afgietsel of plastische, een plaat vormende afdruk van letterzetsel” (WNT), met de afleidingen stereotyperen ‘drukken m.b.v. stereotypen’ (ook wel verkort tot stypen), stereotypeur enz.
stereotype zn. ‘stereotiep beeld’. Nnl. stereotype “stereotiep beeld; karakterisering, inz. van een volk of van individuen uit een groep, op grond van generalisering van al of niet reële waarnemingen” [1970; Van Dale]. Oorspr. een begrip uit de psychologie, dat gezien de periode van ontstaan wrsch. ontleend is aan Engels stereotype ‘id.’ [1922; OED], het zelfstandig gebruikte bn. stereotype met dezelfde betekenis en geschiedenis als Nederlands stereotiep. Zo ook Frans stéréotype ‘id.’ [1954; TLF].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stereotiep [vast] {1858} < frans stéréotype gevormd van grieks stereos [vast, stevig, hard, kubiek] (vgl. stère) + tupos [slag, geslagen vorm, zegelafdruk], van tuptein [slaan].

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stereotiep ‘onveranderlijk’ -> Indonesisch stéréotip ‘onveranderlijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stereotiep onveranderlijk 1858 [WNT stereo-] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut