Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

steiger - (aanlegplaats; stellage langs gebouw voor werkzaamheden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

steiger zn. ‘aanlegplaats; stellage langs gebouw voor werkzaamheden’
Onl. stēger ‘houten timmerwerk?’, alleen in toponiemen en dus niet altijd met een duidelijke betekenis: Stagras ‘Stegers (Frans-Vlaanderen, in het Frans Estaires)’ (wrsch. genoemd naar een aanlegplaats voor schepen) [869, kopie 1191; ONW]; mnl. steigher, stegher ‘trap, ladder, bovenverdieping; aanlegplaats voor schepen’ in op den stegher vander loue ‘op de bovenverdieping van de overdekte galerij (of tweede woning)’ [1270; VMNW], jnt rathuis vor den stegher alsmen ghat jn die camere ‘In het raadhuis vóór de trap waarlangs men naar de schepenkamer gaat’ [1272; VMNW], noch ... op steeghers noch op bruggen ‘noch op aanlegsteigers noch op bruggen’ [voor 1401; MNW], steiger ‘stellage om hoog te werken’ [1415; MNW].
Mnd. steiger ‘steiger, stelling; dam’; oe. stēger ‘trap’ (ne. stair); < pgm. *staigri-.
Afgeleid van de causatieve vorm van → stijgen, zie → steigeren. De oorspr. betekenis zal iets van ‘houten constructie om een hoger gelegen plaats te bereiken’ zijn geweest, waaruit de verschillende betekenissen zijn voortgekomen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

steiger* [aanlegplaats, stelling] {steger, steiger [trap, ladder, steiger aan het water] 1270} middelnederduits steger [stellage], oudengels stæger [trap] (engels stairs); van stijgen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

steiger znw. m., mnl. steigher, stêgher m. o. v. ‘trap, ladder, steiger’ (vgl. vla. stēger ‘trap, ladder’), mnd. stēger, steiger m. ‘steiger, stellage, verdieping oe. stæger v. ‘trap’ (> ne. stairs) < germ. *staigri-; gevormd van stijgen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

steiger znw., mnl. steigher, stêgher m. (o. v.) “trap, ladder, steiger”, nog vla. steeger “trap, ladder”. = mnd. stêger, stei(g)er m. “steiger, stellage, verdieping”, ags. stæ̂ger v. “trap” (eng. stairs), germ. *staiʒri-. Bij stijgen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

steiger m., Mnl. stegher + Ags. stæ'ger (Eng. mv. stairs): bij enk. imp. van stijgen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1steier s.nw.
1. Platform op pale op 'n oewer opgerig sodat bote daaraan kan vasmeer en mense daarop kan afstap. 2. Raamwerk uit hout en metaal wat tydelik langs 'n gebou opgerig word en waarop werkers kan staan om bepaalde take te verrig. 3. Raamwerk waarteen plante kan rank, waaraan tabakblare gedroog word, waarop hoenders slaap, ens.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. steiger (Mnl. steigher, steegher in bet. 1, 1696 in bet. 2). Bet. 3 is 'n leenbetekenis van Eng. scaffold (1534).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Steiger: werktuig om te stijgen, te klimmen. Steigeren: frequent, van stijgen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

steiger ‘aanlegplaats; stelling’ -> Indonesisch setéger, stéger ‘stelling’; Javaans setèger ‘aanlegplaats; stelling’; Soendanees ĕstegĕr ‘aanlegplaats’; Papiaments † steiger ‘aanlegplaats; stelling’; Surinaams-Javaans stèker ‘aanlegplaats’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

steiger* aanlegplaats, stelling 1270 [CG I1, 146]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut