Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

status - (stand, toestand; maatschappelijk aanzien)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

status zn. ‘stand, toestand; maatschappelijk aanzien’
Vnnl. status ‘staat, hoofdzaak’ (als kunstwoord 1654; Meijers; als bastaardwoord 1745); nnl. ‘stand, toestand’ [1824; Weiland], ‘staatsrechtelijke positie’ in den status van ... België tegenover de andere landen [1915; Groene Amsterdammer], de al of niet bijzondere status (van rijksambtenaren) [1956-57; WNT Aanv. ziektekosten], ‘aanzien’ in sociale status [1959; WNT Aanv.], “snobisme” en de jacht op “status” [1965; WNT Aanv.].
Ontleend aan Latijn status ‘toestand, positie, wijze van staan’, afleiding van het ww. stāre ‘staan’, verwant met → staan; op Latijn status gaan ook → staat 1 en → staat 2 terug. De betekenis ‘maatschappelijk aanzien’ is ontleend aan Amerikaans-Engels status, waarbij wrsch. de Nederlandse vertaling De status zoekers [1960] van het boek The status seekers (1959) van de Amerikaanse journalist, maatschappijcriticus en schrijver Vance Packard (1914-1996) een rol heeft gespeeld (WNT Aanv.). In het Engels kreeg het, eveneens aan het Latijn ontleende, woord status ‘hoogtepunt’ [1671; BDE] in 1791 de betekenis ‘positie in juridisch opzicht’ en in 1820 de betekenis ‘maatschappelijk aanzien’ [BDE].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

status [maatschappelijk aanzien] {1745} < latijn status [stand, positie, welstand], van stare (verl. deelw. statum) [staan].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

status ‘stand, toestand’ (Latijn status); ‘maatschappelijk aanzien’ (Engels status)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Status (Lat.; = stand, toestand). In státu nascéndi (Lat.; násci = geboren worden, ontstaan) = in den toestand van ontstaan, op het ogenblik van ontstaan.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

status ‘stand, toestand; maatschappelijk aanzien’ -> Indonesisch setatus, status ‘stand, toestand; maatschappelijk aanzien’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

status stand, toestand 1745 [MEY] <Latijn

status maatschappelijk aanzien 1959 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut