Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stap - (schrede)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

stap zn. ‘schrede’
Mnl. stap ‘sport van een ladder’ [1285; VMNW] en ‘opstap’ in stapp aver to clymmen ‘opstapje om ergens over te klimmen’ [1477; Teuth.]; vnnl. stap ‘voetstap’ [1573; Thes.], ook step, steppe (BN) ‘id.’ [1588; Kil.].
Mnd. stappe ‘stap, trede’; ohd. stapfo, stapf ‘trede, voetspoor’ (nhd. Stapfe(n), Stapf) ‘stap, voetspoor’); < pgm. *stappa(n)-. Daarnaast staan pgm. *stapa-, waaruit ofri. stap (nfri. stap) ‘stap’; en pgm. *stapi-, waaruit met umlaut ofri. stepe ‘stap’ en oe. stæpe, stepe ‘stap, trede’ (ne. step). De verschillende varianten zijn soms dooreengelopen: zo komen bijv. in het ohd. van stapf (a-stam) meervoudsvormen met i-umlaut voor, zoals de datief stepfen, en met pgm. *-p-, zoals een datief mv. staffen. Indien de wisseling van -p- en -pp- oorspronkelijk is, betreft het hier stamvormen die door analogiewerking zijn ontstaan uit één paradigma dat beide medeklinkervarianten omvatte, in dit geval nominatief enkelvoud *stapō, genitief enkelvoud *stappaz. Dialectisch kunnen woorden later zijn overgegaan naar de a- of de i-klasse van zelfstandige naamwoorden.
Afleiding met o-trap en n-achtervoegsel van de wortel pie. *stebh- van → stappen. De nominatief enkelvoud hiervan luidde *stóbh-ōn, de genitief enkelvoud *stobh-n-ós; uit deze laatste vorm is als gevolg van de wet van Kluge het Proto-Germaanse paradigma met gegeneraliseerde -pp- ontstaan. Andere Indo-Europese talen bevatten woorden met soortgelijke betekenis, zoals Litouws stapýtis ‘blijven staan’ en Oudkerkslavisch stopa ‘voetspoor’. Hiervoor moet men een grondvorm pie. *step- aannemen. Dit hoeft geen wortelvariant te zijn (zoals bijv. het IEW aanneemt), maar kan ook zijn ontstaan uit *stebh- onder invloed van de klankomgeving, namelijk als het werd gevolgd door een stemloze medeklinker (Bjorvand/Lindeman).
Lit.: Lühr 1988; Kroonen 2009

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stap znw. m., mnl. stap m. ‘het stappen; stap, pas’ en als voorwerpsnaam ‘trede van een ladder, vlonder’, ook stappe m. v., mnd. stappe, ohd. stapf m. en stapfo m. (nhd. stapfe v.), oe. stæppa m. is verbaalnomen bij stappen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stap znw., mnl. stap (pp) m., als voorwerpsnaam ook stappe m. v. = ohd. stapf m. naast stapfo m. (nhd. stapfe v.), mnd. stappe (m.?), ags. stæppa m. “stap”. Bij stappen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

stap. Ags. stæppa m. is onzeker; wsch. is de enige ags. vorm geweest het bij stappen genoemde stæpe m.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stap m., Mnl. id. + Hgd. stapfe, Eng. step: verbaalabstr. van stappen, Mnl. id., Os. stapan + Ohd. stapfôn (Mhd. stapfen), Ags. stapan, Ofr. stapa + Osl. stopa = voetspoor: z. stampen 2 Hieruit Fr. estafette.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stap ‘het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan’ -> Fries stap ‘het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan’; Creools-Portugees (Ceylon) stap ‘het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan’; Negerhollands stap ‘het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan’; Papiaments † stap ‘het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut