Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

standelkruid - (plant)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

standelkruid* [plant] {standel-kruyd 1573} het eerste lid van stand1, zo genoemd omdat de plant werd gebruikt als afrodisiacum. Vgl. het synoniem kullekenskruid; de plant is een orchis, vgl. voor de betekenis ook orchidee en salep.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

standelkruid znw. o. naam van het geslacht orchis, sedert Kiliaen, mnd. standelwort v., mhd. standelwurt, stant- en stend(el)wurt. De plant groeit met een stijve stengel spanhoog uit de grond en werd daarom vergeleken met het membrum virile en daarom ook beschouwd als versterker van de teelkracht (zie DWört 102, 738). Vgl. nog namen als kullekenskruid en nhd. hodenkraut.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

standelkruid znw. o., sedert Kil. In gelijke bet. mnd. standel-wort v., mhd. standel-wurt (stant-, stend(el)-wurt) v. Standel- van den verbaalstam stand- (zie staan); voor -el- vgl. bij schrikkeljaar.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

standelkruid o., + Hgd. stendelwurz: van het werkw. *standen, besproken bij staan. Men gebruikte de plant als aphrodisiaque.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut