Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

staal - (onderlaag van een dijk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

staal4* [onderlaag van een dijk] {1536} uit middelnederlands stadel [idem] {1288} middelnederduits stale, oudfries dīkstathul, oudengels staðol [fundering], verwant met staan; uitgangspunt is ‘dat waarop iets staat’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

staal 1 znw. m. ‘ondergrond van een dijk’, daarnaast mnl. stāle, stael m. v. ‘stengel, steel, staak in viswater’, Kiliaen stael ‘stengel’ (vetus Fland. en nog vla.), verder nnl. dial. (zaans) staal ‘steel’ (kempens) staal ‘tronk, wortelblok van afgezaagde boom’ (vgl. de plaatsnaam Staalduinen), mnd. stāle ‘poot van een kast, staal van een dijk’, oe. stæla m. ‘stengel’ (ne. stale). — Daarnaast abl. steel.

Of men voor de verklaring van de bet. moet uitgaan van ‘voet van de dijk’ is hoogst onzeker; met het oog op de bet. ‘laag takkenbossen in een schuur om daarop koren of hooi te tasten’ kan men eerder vermoeden, dat staal eigenlijk is de laag van gevlochten horden, die tot steun van het dijklichaam diende.

staal [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: zie Ts 85, 243-244 [1969].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

staal I (van een dijk). Een oudere bet. vertoonen vla. staal “stengel”, door Kil. “vetus. Fland.” genoemd, mnl. stāle, stael m. v. “id., staak in vischwater, steel”, nnl. dial. (Zaansch) staal “steel”; vgl. ook Kemp. staal “tronk, wortelblok van een dunnen afgezaagden boom”. = mnd. stāle “poot (van een kast e.dgl.), staal van een dijk, dijk”, ags. stæla m. “stengel” (eng. stale). Ablautend met steel. Hierbij nog noorw. dial. en eng. stalk “stengel”. Voor de bet. “staal van een dijk” vgl. voet = “onderste gedeelte van een voorwerp, van een berg enz.”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

staal I (van een dijk). “Ags. stæla m. ‘stengel’”, lees: “ags. stalu v. ‘hout waaraan de harpsnaren bevestigd zijn’”.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut