Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

staaf - (stang)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

staaf zn. ‘stang’
Vnnl. stave ‘stok, staf; duig van een ton’ [1588; Kil.], staaf ‘metalen stang’ in yzere staven [1646; iWNT].
Hetzelfde woord als → staf, maar met het Vroegnieuwnederlandse verval van naamvalsonderscheid ontstaan uit de verbogen vorm stave van dat woord. Uiteindelijk trad betekenisdifferentiëring op.
Op dezelfde wijze zijn Engels, Deens en Noors stave ontstaan, die alle hoofdzakelijk ‘duig’ betekenen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

staaf* [stang] {stave 1599, staaf 1602} gevormd uit een verbogen nv. van staf1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

staaf znw. v., Kiliaen stave is gevormd uit de verbogen vormen van staf en toen met differentiëring der betekenissen.

Het ne. stave ‘duig’, maar ook ‘schacht, bundel’ is op dezelfde wijze ontstaan uit staves van staff. Ook Kiliaen kent de bet. ‘duig’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

staaf znw., sedert Kil.: stave. Gevormd bij de casus obliqui en het mv. van staf (vgl. speet). De bett. van staf en staaf hebben zich gedifferentieerd. Eng. stave “duig” wellicht uit de.-noorw. stave “id.” (vgl. echter Kil. stave “id.”, dat bezwaarlijk uit ’t Skandin. komt), eveneens bij staf.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

staaf v., Mnl. stave + Eng. stave, De. id.; bijvorm van staf, uit de verbogen vormen (Gen. staves, Dat. stave, meerv. staven) opgemaakt.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Staaf, staf, verwant met stijf; vgl. ’t Ohd. staben = stijf zijn, van den Idg. wt. sthap = vast, stevig zijn.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

staaf* stang 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut