Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spuigat - (gat voor waterafvoer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

spui zn. ‘sluis, boezem’
Mnl. spei ‘schutsluis’ in de toenaam longhe speis ‘(van) Lange Spui’ [1270; VMNW], van der voerseider spoy ‘van de genoemde schutsluis’ [1279; VMNW]; vnnl. aen de Spuye ‘aan de schutsluis’ [1539; iWNT], het Spuy ‘waternaam’ [1612; iWNT kerk].
Mnd. spoie, spoige ‘spatten, schuim, sluis’. Wrsch. ontstaan uit een bijvorm *spūjōn of eerder spujōn (FvW), bij de wortel van het werkwoord → spuwen.
spuien ww. ‘lozen’. Mnl. eerst speyer ‘spuier’, dat mogelijk afgeleid is van speyen ‘spuien’ [1371; MNW], dan dat bloet spoyde al over ‘het bloed baande zich overal een weg’ [eind 15e eeuw; MNW]; vnnl. SPUI ... een plaats, daar het waater “gespuid” werd [1681; Winschooten, 282]; nnl. Het nieuws dat hij te spuien heeft [1922; Groene Amsterdammer]. Vermoedelijk een afleiding van spui. ♦ spuigat zn. ‘gat aan de zijkant van een schip voor waterafvoer’. Mnl. speyeghaten ‘spuigat, spui’ [1378; MNW]; vnnl. spuytgaten (spuygaten?) ... inden Dijck [1574; iWNT spuiten], spiegaten ‘de gaten waardoor het te veel aan water wegloopt’ in het menschenbloet dat ... de spigaeten uytliep (aanduiding van de bloedigheid van een scheepsgevecht) [1596; iWNT]; nnl. Leertjes (klepjes) ... van de spuigaten [1846; iWNT leder], het is ... meer als erg; 't loopt de spuigaten uit [1849; Zierikzeesche Nieuwsbode]. Gevormd met spui of de wortel van spuien en → gat. De uitdrukking de spuigaten uitlopen is een veralgemening van het nog heel lang gangbare gezegde (zie boven) over bloed dat de spuigaten uitliep.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spiegat* [spuigat] {spygat [kijkgat] 1527} voor het eerste lid vgl. spuien.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

spiegat znw. o. voor spuigat, vgl. spuien.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

spiegat znw. o. = spijgat.

spijgat znw. o. Bij spuien.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

spuigat, spiegat ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’ -> Duits Speigatt ‘gat in scheepsdek om water af te voeren; gat in de molen om water af te voeren’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens spygat ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’; Noors spygatt ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds spygatt ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’; Fins (s)pyygatti ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’ ; Pools szpigat ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’; Russisch špigát ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’; Azeri spiqat ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’ ; Lets špigate ‘gat in scheepsdek om water af te voeren’; Papiaments spiat, spihat (ouder: spigat) ‘gat in scheepsdek om water af te voeren; waterspuwer; overloop (korte buis, cementen vlak of gooteinde boven aan ontvangbak, dakgoot of regenbak’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2145. Het loopt de spuigaten uit,

d.w.z. het loopt over de hooge schoenen; het gaat uit de kerf; 't is deur 't eksoamen hen (Gron.); fri.: it rint ut 'e kinken; de doop loopt over de visch, zooals de Zaanlander zegt, het wordt te erg; dit eet de pelle af (in Zuid-Nederland). Eene scheepsuitdrukking, die vroeger luidde: de spygaten uitloopen, zooals in de Com. Vet. 72 en in Winschooten, 275, die spiegaaten verklaart als de ‘gaaten, die in het boord van het schip booven de waaringen werden gemaakt, op dat daar door het waater, daar de scheepen meede gespoeld werden, soude van selfs weg loopen: dog in een scheeps gevegt gebeurd het wel, dat het bloed van de gequetsten, en dooden, als waater de spiegaaten uit loopt’. Vgl. Van Eck, bl. 52: Het menschenbloet dat tot allerweeghen de spigaeten uytliep (16de eeuw); Middelb. Avant. (anno 1760), bl. 89: Thans ontstond een bloedig gevegt stromende het bloed uit de spiegaten; Spaan, 98: Voorts vermoorden ze het alles, zoo dat het bloed de spygaten uit kwam loopenZie ook Goedel, 449.. Dat deze zegswijze bij uitbreiding de bet. kon aannemen van het wordt te erg, is na hetgeen Winschooten mededeelt, duidelijkVan Eijk I, 129 denkt aan 't water, dat, wanneer het in 't zeilen zeer hol gaat, over het gangboord slaat en door de spijgaten wegloopt.. In fig. gebruik wordt ze aangetroffen bij Harreb. II, 288: Het loopt de spijgaten uit, van iemand die het al te grof maakt; Falkl. IV, 110; Handelsblad, 3 Maart 1914, p. 5 k. 2 (avondbl.); Het Volk, 17 Febr. 1914, p. 4 k. 2; 21 April 1914, p. 1 k. 2: De aanvallen in laatstgenoemd blad liepen zoo de spuigaten uit, dat het plan werd overwogen dit blad te boykotten. In Zuid-Nederland onbekend; fri. it rint de spuigatten ut. Syn. 18de eeuw er overheen loopen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut