Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sproeien - (in fijne stralen uitstorten)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sproeien* [in fijne stralen uitstorten] {1657, vgl. ghesproit [uitgespreid] 1348} naast overgankelijk middelnederlands spra(e)yen [sproeien, sprenkelen, strooien, verspreiden] (vgl. spreiden, spruiten, sperma).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sproeien ww., eerst na Kiliaen, nhd. sprühen ‘spatten, vonken schieten’. Hoewel in het nl. en hd. het woord eerst laat optreedt, zal het zeker wel oud zijn, daar ofra. esproher ‘besprenkelen’ een onfrank. *sprōwan vooronderstelt. Bovendien staat daarnaast abl. *sprēwian: vla. spraaien ‘schitteren’, mnl. spraeyen ‘sproeien, strooien, verspreiden’, mhd. spræjan, spræwan ‘spuiten, stuiven, strooien’, nnoorw. dial. spra, spræ ‘spatten, barsten’, nzw. dial. språ(s) ‘ontspruiten, barsten’, nde. dial. spraae ‘zich openen, barsten’, vgl. ook on. spræna ‘spatten, sproedelen’. — De idg. wt. is dan *sp(h): sp(h), een zware basis naast *sp(h)er, waarvoor zie: spar 1. Zie verder voor de bet. nog spreiden en spruiten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sproeien ww., nog niet bij Kil.; ’t is hoogst onzeker of mnl. ghesproit “uitgespreid” (hapax) van dit ww. komt. = nhd. sprühen “spatten, vonken schieten”. Niettegenstaande ’t late voorkomen wsch. een oud woord, ablautend met vla. spraaien “schitteren”, mnl. spra(e)yen “sproeien, strooien, verspreiden”, mhd. spræjen, spræwen “spuiten, stuiven, doen stuiven of spatten, strooien”, sprât m. “het spuiten”, on. spræ̂na “spuiten”. Deze woorden wijzen op een idg. basis sp(h)rê-, sp(h)rô-; vgl. in de eerste plaats gr. speírō “ik zaai”, wsch. van een zwakke basis sp(h)ere-, Onze basis sp(h)erē̆- is wellicht identisch met de bij spoor I besproken idg. basis. Bij germ. sprê-, idg. sp(h)erē̆- sluiten zich andere bases, met sp(h)er- beginnend, aan: sp(h)erē̆u-: ohd., os. spriu o., nhd. spreu v. “kaf”, Kil. sprouwer (ospr. mv. = ohd. spriuwir) “id.”, oudnnl. spru, vla. sprooi, nhd. spröde, meng. sprêþe “bros”; zie nog spruiten, — idg. sp(h)erā̆x(ŋ)g- (zie sprank), sp(h)erē̆i- (zie spreiden). Uit den aard der zaak bevatten deze combinaties veel onzekers.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sproeien o.w., + Nhd. sprühen: komt nergens elders voor. Hiertoe behooren nog Mhd. sprœwen = spruiten, voorts Ohd., Mhd. spriu, Nhd. spreu = kaf en Meng. sprethe, Nhd. spröde = bros: wellicht van denz. wortel als spruiten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sproei I: ww., begiet, natmaak; Ndl. sproeien (na Kil), Hd. sprühen, “spat, vonke skiet”, hou wsk. verb. m. Mnl. spraeyen, “sproei, strooi, versprei”, mntl. ook m. Gr. speirein, “saai”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Sproeien, vermoedelijk van een Germ. wt. sprew = (uiteen)stuiven. Vgl. ’t Hgd. Spreu = kaf.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sproeien ‘in fijne stralen uitstorten’ -> Engels † spray ‘sprenkelen; bestrooien’; Duits sprayen ‘in fijne stralen uitstorten’ ; Deens spraye ‘in fijne stralen uitstorten’ ; Maltees sprejja ‘sprenkelen; bestrooien’ ; Esperanto spraji ‘in fijne stralen uitstorten, verstuiven’ ; Koerdisch sprey ‘sprenkelen; bestrooien’ ; Papiaments sprui ‘in fijne stralen uitstorten’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sproeien* in fijne stralen uitstorten 1657 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut