Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sprinkhaan - (insect van het geslacht Locusta)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sprinkhaan zn. ‘insect van het geslacht Locusta
Onl. sprinco ‘sprinkhaan’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. sprinchane [begin 14e eeuw; MNW].
Afleiding van → springen, waaraan later → haan is toegevoegd, met behoud van /k/ uit verscherpte /g/ aan het einde van de lettergreep (springen was oorspronkelijk /sprin-gən/). Het woord haan als tweede lid verwijst wellicht naar de schokkende of springende bewegingen die hanen en sprinkhanen maken. Hetzelfde tweede lid komt voor in twee andere benamingen van de sprinkhaan: spelthane [1332; MNW-P] en hiphaan [1646; WNT haan I].
Andere Middelnederlandse namen voor de sprinkhaan met een van deze twee woorddelen waren spranke [1290-1310; MNW-P], sprinkel [1300-25; MNW-R], spelthane [1332; MNW-P], en spranckel [1480; MNW]. Vergelijkbaar is verder nog de vorm stapel ‘sprinkhaan, krekel’ bij het werkwoord stappen, zie → stapelgek.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sprinkhaan* [insect] {sprinchane, sprinchaen 1400} afgeleid van springen waarbij de k een verscherping betekent + haan, vgl. goudhaantje [bladkever].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sprinkhaan znw. m., mnl., mnd. sprinkhāne is met verscherpte k afgeleid van springen; maar er is zeker rekening te houden met oudere namen als onfrank. sprinco en mnl. spranke (waarvoor zie: sprenkel 2.

Voor de verspreiding van dit woord in duitse dialecten vgl. W. Mitzka, Driemaand. Bladen NS 2, 1950, 117-9. — Met nl. kolonisten kwam het woord als springhahn ook in het Weichselgebied met de variant springhase vgl. oostel. ni. springhaas (vgl. Mitzka, Album Blancquaert 1958, 222-223).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sprinkhaan znw., mnl., mnd. sprinkhāne m. Met verscherpte consonant bij springen; de k wellicht mede onder invloed van de bij sprenkel II genoemde synoniemen, waarbij hij reeds ohd., onfr. is.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sprinkhaan m., vergel. dial. Fr. cog d’août.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sprinkaan s.nw.
Plantetende insek met kleinerige vlerkies en opvallende lang agterpote waarmee hy springend voortbeweeg.
Uit Ndl. sprinkhaan (1566 - 1600), 'n samestelling van springen 'spring' en haan 'haan'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm sprinkhaan.
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1835).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sprinkaan: voetganger- en vlieënde insek (spp. Acrida, fam. Acridiidae); Ndl. sprinkhaan (Mnl. sprinchaen/-hane, by vRieb sprinckhanen), uit spring en haan (wat in ss. ook op insekte, seediere en visse toeg. word).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sprinkhaan ‘insect’ -> Duits dialect Sprinkhaan, Springhan, Springhahn ‘insect’; Negerhollands springhaen ‘insect’; Berbice-Nederlands springhan ‘insect’; Sranantongo sp(r)inka ‘insect’; sprinkaan ‘insect’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sprinkhaan* insect 1301-1400 [Glossarium Trevirense]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut