Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sport - (lichamelijke bezigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sport 2 zn. ‘lichamelijke oefening en ontspanning’
Nnl. sport “alle ligchaamsoefeningen en uitspanningen die vaardigheid, kracht en stoutheid vorderen, als ... wedloopen, wedstrijden” [1847; Kramers], ook al vroeg in allerlei samenstellingen als SportClub ‘sportvereniging’ [1864; WNT], kloeke opgeschoten mannen door sport ontwikkeld [1866; WNT], Het kegelen is een van die sporten, die ... [1908; WNT].
Ontleend aan Engels sport ‘lichamelijke oefening en ontspanning’ [1523; OED], eerder al algemener ‘ontspanning, vermaak’ [1440; OED], een verkorting van ouder dysporte [ca. 1303; BDE], dat zelf ontleend is aan Oudfrans desport ‘vermaak, recreatie’ [ca. 1160; TLF]; dat woord is een afleiding van het ww. (se) desporter, een variant van déporter, ‘afleiden, spelen, (zich) vermaken’ [midden 12e eeuw; TLF], zie → deporteren. Het Franse ww. betekent letterlijk ‘wegdragen’ en de betekenis ‘zich vermaken, spelen’ is wrsch. ontstaan via ‘wegbrengen, weggaan, afleiden (van serieuze bezigheden)’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sport2 [lichamelijke bezigheid] {1847} < engels sport < disport < oudfrans desport [ontspanning] < middeleeuws latijn disportus, disporta, disportatio [verflauwing, genoegen, sport], disportum [recreatie, recreatieruimte in een klooster], van dis- [naar verschillende kanten, uiteen] + portare [brengen, overbrengen], portari [zich laten brengen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sport 2 znw. v. ‘lichaamsontspanning’ sedert de 19de eeuw < ne. sport < disport < ofra. desport ‘vermaak’ van se disporter < mlat. disportāre eig. ‘uit elkander dragen’, dan ‘zich ontspannen’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sport II (lichaamsbeweging). Jong internationaal woord, van uit het Eng. verbreid.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sport 2 v. (uitspanning), gelijk in alle Eur. talen, uit Eng. id., verkort uit disport, van Ofra. desporter = verplaatsen, verstrooien.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

sport (de), (ook:) recreatie, ontspanning, vermaak. - Etym.: E sport = id. AN s. = alleen bezigheden als voetballen, tennissen, zwemmen, wandelen enz. - Samenst. ook: buitensport*.
— : voor de sport bw. uitdr., voor de aardigheid, als liefhebberij, vrijwillig. Krijgt Harry geld voor het helpen in die kantine? - Nee, hij doet het voor de sport (mond.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sport (Engels sport)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sport ‘lichamelijke bezigheid’ -> Indonesisch sepor, sport ‘lichamelijke bezigheid’; Makassaars sipôr, sipôró ‘sport; sportsman’; Negerhollands sport ‘lichamelijke bezigheid, spel’; Papiaments spòrt ‘lichamelijke bezigheid’; Sranantongo spòrt ‘lichamelijke bezigheid; vrouwen versieren’ (uit Nederlands of Engels); Surinaams-Javaans sport ‘netjes gekleed zijn, er mooi uitzien (dankzij het sporten)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sport lichamelijke bezigheid 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal