Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spore - (ongeslachtelijke voortplantingscel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

spore zn. ‘ongeslachtelijke voortplantingscel’
Nnl. spore ‘voortplantingscel van lagere planten’ in De sporen, die onafhankelijk van geslachtswerktuigen worden voortgebracht [1868; WNT], de sporen, die vier aan vier in de moedercellen ... gevormd zijn [1880-84; WNT].
Ontstaan uit de internationale Neolatijnse term spora ‘spore’, die gevormd is op basis van Grieks sporā́ ‘uitzaaiing’, een ablautende afleiding van speírein ‘zaaien, uitwerpen’, zie → sperma.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spore, spoor [voortplantingscel] {1901-1925} < modern latijn spora < grieks spora [het zaaien, voortbrengen, zaad], van speirein [zaaien] (vgl. sporadisch, sperma).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

spore ‘voortplantingscel’ -> Indonesisch spor ‘voortplantingscel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spore voortplantingscel 1868 [WNT] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut