Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spook - (onstoffelijke verschijning)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

spook zn. ‘onstoffelijke verschijning’
Mnl. spoick ‘schrikgestalte, spook’ [1477; Teuth.]; vnnl. spoock ‘bovennatuurlijke verschijning’ [1608; iWNT tooisel].
Gezien de late attestatie en het oostelijke karakter van de Teuth. kan het woord uit het Middelnederduits zijn overgenomen. Dat is ook de bron voor het Hoogduits.
Mnd. spōk, spūk ‘spook, bovennatuurlijk wezen’. Nhd. Spuk, nde. spøge en nzw. spöke zijn hieraan ontleend.
Verdere herkomst onbekend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spook* [bovennatuurlijke verschijning] {spoick 1477, spoocke 1573} middelnederduits spok, spuk, noors spjok; vermoedelijk verwant met lets spīgana [draak, heks], litouws spingėti [schijnen], oudpruisisch spanxti [vonk].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

spook znw. o., mnl. spooc ‘geestverschijning; slecht voorteken’, oostfri. spōk, nnd. spōk (> nhd. spuk sedert 1691 bekend), zal wel teruggaan op een germ. *spauka, waarvoor zwits. zerspäuken ‘door spoken verjagen’ een aanwijzing is, ofschoon men met een dergelijk affectief woord klankvarianten verwachten kan. — > amerik. eng. spook (vgl. J. E. Neumann JEGPH 44, 1945. 275).

Alle verklaringen zijn geheel onzeker. De verbinding lett. spīgana ‘luchtverschijnsel, draak, heks’, lit. spingu, spingéti ‘glanzen’ is wat de klinkers betreft niet aannemelijk. — Die met oe. specan ‘spreken’ en on. spakr ‘wijs’ strandt op de bet.; misschien zou men kunnen wijzen op de mnl. betekenissen. — Onaannemelijk W. de Vries Ts. 40, 1921, 104: bij oe. pūca (ne. puck) ‘kobold’, on. pūki ‘duivel’, waarbij een trap *pauk geconstrueerd moet worden en dan daarbij weer een andere met s-anlaut. — Misschien een woord dat op het nederduits-nederl. gebied uit een substraattaal overgenomen is: mag men denken aan het volk der hunebedden, waarbij inderdaad de voorstelling van geestvoorstellingen zeer wel te verklaren zou zijn?

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

spoken ww., spook znw. o. Kil. vermeldt spoocke, spoocksel, spoockerije en noemt die “Sicamb. Fris. Hol.”, de Teuth. spoicken, spoick, mnl. komt reeds spookels (nnl. spooksel znw. o.) voor. Een moeilijke woordgroep, wsch. door ontl. verbreid; sommige dial.-vormen hebben ō, andere kunnen, als ze klankwettig zijn, ô uit au hebben, andere wgerm. ô; zoo bijv. westf. dial. spauk, gron. spouk, ndd. dial. spûk > nhd. spuk m. “spokerij, spook”. Oudnhd. komt met hd. consonantisme spuch voor, mhd. al gespüc o. en ’t Mnd. kent reeds spôk, spûk o. “id.”, spôken (> nhd. spuken) “spoken”. “Wsch. door ontl. verbreid. De woordgroep ging ook in ’t Skandin. en Eng. over. Germ. *spôka- kan met ags. spëcan “spreken” (zie bij spaak) en on. spakr “wijs” verwant zijn, semantisch is echter deze combinatie zeer vaag.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

spook o., + Ndd. spok (waaruit Hgd. spuk), Zw. spok, De. spog: oorspr. onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1spook s.nw.
1. Gees van 'n afgestorwene, of 'n vreesaanjaende verskynsel wat snags aan lewendes verskyn. 2. Lelike mens. 3. Hersenskim, of iets wat jou bang maak. 4. Skrikbeeld.
Uit Ndl., gewestelik in bet. 2 in S.Ndl. in die vorm spook (1599 in bet. 1, 1643 in bet. 2, 1657 in bet. 3, 20ste eeu in bet. 4). Ndl. spook is 'n afleiding van spoken. Bet. 4 kan ook 'n leenbetekenis van Eng. ghost (1592) 'spookbeeld' wees. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Spuk (17de eeu), Eng. spook (1801). Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1939).

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

spook: onuitstaanbare vrouw; onuitstaanbaar meisje. Gewestelijk ook voor een bleke, lelijke vrouw. Vgl. nachtspook*.

En Jet met een verachtelijk: ‘Niemendal hoor! akelig, klikkerig spook!’ stopte een groote prop in de punt van elken overschoen. (Top Naeff, School-idyllen, 1900)
‘Akelig, laf spook!’ hijg ik, niet meer in staat me te beheersen. (F.J. de Clercq Zubli, De blijde stilte, 1937)
Op school noemden ze me altijd freak of spook, en nu weer punk of hippie. (Opzij, juli/augustus 1987)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

spook ‘bovennatuurlijke verschijning; (verouderd) drukte, ophef’ -> Engels spook ‘bovennatuurlijke verschijning; spion (slang); scheldnaam voor neger’; Duits Spuk ‘bovennatuurlijke verschijning’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens spøg ‘grap’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors spøk ‘grap, scherts’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds spöke ‘bovennatuurlijke verschijning’ (uit Nederlands of Nederduits); Zoeloe sipoki ‘bovennatuurlijke verschijning’ ; Shona chipoko ‘bovennatuurlijke verschijning’ ; Ambons-Maleis spok ‘bovennatuurlijke verschijning’; Kupang-Maleis spòk ‘bovennatuurlijke verschijning’; Menadonees spok ‘bovennatuurlijke verschijning’; Amerikaans-Engels spook ‘bovennatuurlijke verschijning; spion’; Negerhollands spook ‘bovennatuurlijke verschijning’; Papiaments spoki (ouder: spooki) ‘bovennatuurlijke verschijning’; Sranantongo spuku ‘bovennatuurlijke verschijning’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spook* bovennatuurlijke verschijning 1477 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut