Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spiegelen - (in de spiegel bezien)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2spieël ww.
1. Jouself in 'n spieël (1spieël 1) bekyk. 2. 'n Spieëlbeeld vorm. 3. Lig weerkaats. 4. Met 'n spieël (1spieël 1) ligstrale laat val.
Uit Ndl. spiegelen (1602 in bet. 1, 1638 in bet. 2, 1769 - 1811 in bet. 3, 1917 in bet. 4), 'n afleiding van Ndl. spiegel. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm spiil.
D. spiegeln.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

spieël: s.nw. en ww., glas- of metaalweerkaatser; in ’n spieël kyk of daardeur laat weerkaats; Ndl. s.nw. spiegel (Mnl. spieghel) en ww. spiegelen (Mnl. spieghelen), Hd. spiegel, It. speglio/specchio, via Ll. spēglum uit Lat. speculum, “spieël” (uit specere, “kyk”), hou verb. m. spektakel (vgl. Lat. specio, Gr. skeptomai, albei m. bet. “kyk”).

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2119. Die zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht,

d.w.z. die uit het ongeluk van anderen leering trekt, wordt goedkoop wijs; vgl. het lat. felix quem faciunt aliena pericula cautum. Zie Plantijn: Wijs is hi, die hem aen eenen anderen spiegelt; Goedthals, 82: Hy spieghelt hem saechte, die hem aen eenen anderen spieghelt, il se chastie bien, qui se chastie par autruy, welke gedachte in den Lekenspieghel III, 10, 249 wordt uitgedrukt door:

 Dat hem die ghene zaechte castijt,
 Die an andren leert ende verstaet
 Wat hem goet si ofte quaet.

Vgl. verder Mnl. Wdb. VII, 9; 1718; Scaecsp. 119; Servilius, 253; Spieghel, 271; Van Vloten, Geschiedzangen I, 226; Everaert, 128, vs. 366; Sart. II, 4, 13In de 16de eeuw ook: Hi spieghelt hem saechte, die hem aen een ander spaect (Gloss. Anna Bijns, bl. 66).; Hooft, Brieven, 162; Idinau, 223; Winschooten, 276; Cats I, 525; Vierl. 46; 220; Starter, 438: Hy spiegelt hem sachtlijck, die hem spiegelt an ien aêr; Asselijn, 280: Hy spiegeld hem sagt, die hem spiegeld aan een anders gebreken; Halma, 598: Een spiegel ergens aan neemen, prendre exemple de quelque chose; hij spiegelt zig zagt, die zig aan een ander spiegelt, t's gemakkelijk te leeren aan eens anders schade; Sewel, 739; Adagia, 26: Geluckigh in 't leven is hy boven al, die sigh spiegelt aen een anders ongeval; bl. 35: Hy spiegelt sigh wel, die sigh aen een ander spiegelt; ook bl. 37; Harreb. III, 35 b; 62 b; Wander IV, 694; enz.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut