Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spenen - (van de borst nemen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

speen zn. ‘tepel; gummidop’
Mnl. spene ‘tepel’, als toenaam in contra gosuinum spene ‘tegen Gosewin Speen’ [1236-38; VMNW], plinius segt openbare dat die soe ande burst uoren .ij. spenen draghet ‘Plinius zegt duidelijk dat de zeug van voren aan de borst twee spenen heeft’ [1287; VMNW]; nnl. ook overdrachtelijk in de speen der flesch [1889; Amersfoortsche Courant].
Mnd. spene; mhd. spen (nhd. Span in Spanferkel ‘speenvarken’); on. speni (nzw. spene); alle ‘tepel, moederborst e.d.’, < pgm. *spenō-, *spena-. Daarnaast ablautend oe. spanu ‘tepel’ < pgm. *spanō- en met nultrap onl. spunni ‘borst’ [1100; ONW], ohd. spunni (mv.) ‘borsten’.
Verwant met: Litouws spenỹs, Oudpruisisch spenis ‘tepel’; Oudiers sine (< *spenio) ‘tepel’; < pie. *spen-, *span- ‘speen, borst, tepel’ (IEW 990). Mogelijk behoort het woord bij de wortel van → spannen.
spenen ww. ‘van de speen afwennen’. Mnl. spanen in Ende doe soe tkint hadde ghespant ‘en toen ze het kind de borst had ontwend’ [1285; VMNW], spenen ‘van de borst afwennen’ [1477; MNW]; vnnl. ook overdrachtelijk ‘het begeerde onthouden’ in de verbinding gespeend zijn van ‘zonder’, eerst in Ongespeent van vrouwen ‘niet zonder vrouwen’ [1645; iWNT ongespeend]; nnl. dan waarvan zij ... gespeend waren ‘die zij niet bezaten’ [1845; Gids 2, 341]. Afgeleid van speen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spenen* [van de borst nemen] {spanen 1285, spenen 1321} van speen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

spenen ww. mnl. spēnen ‘van de borst nemen, kort houden’, os. spennan (alleen verl. deelw. 4de nv. enk. gispandan), mnd. spēnen, spennen, ook spānon, spōnen, mhd. spenen (vgl. ohd. bispennen); germ. grondvormen zijn *spanjan, spunjan, spanōn. — Zie: speen. — Uit de bijvorm (reeds mnl.) spanen > ne. spane (sedert 1300, nu vooral schots en north., vgl. Bense 436; herkomst uit het nd. is echter ook mogelijk); > ne. dial. schots en north. spean (sedert 1595, vgl. Bense 439).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

spenen ww., mnl. spēnen “van de borst nemen, klein houden” (ook spānen; hem spenen “zich spenen van iets”). = Teuth. mhd. spenen (ohd. reeds bi-spennen), os. *spennan (verl. deelw. acc. m. enk. gi-spandan), mnd. spēnen, spennen (en spānen, spōnen) “spenen, van de borst nemen”, wgerm. *spenjan (naast *spanôn, * spunjan).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

spenen o.w., Mnl. id. + Ohd. spenjan (Mhd. spenen); denom. van speen met privatieve bet.Ohd., Os., Ags. spanan, Ofri. spona = verlokken, verleiden, zijn niet verwant.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

spenen, ww.: vrucht zetten. Wvl. spennen (De Bo). Mnl. spen(n)en ‘zich tot vrucht zetten’, Vnnl. spenen ‘id.’ (Kiliaan). Hetzelfde woord als spenen ‘van de borst afwennen’. Hier betekent spenen een speen zetten, waarin speen ook ‘vruchtbeginsel’ betekent.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

spennen ww.: spenen, van de speen afwennen. Mnl. spenen, Mnd. spenen, spennen, Os. *spennan. Afgeleid van speen. Samenst. spennebekken.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2speen ww.
1. Van die moederbors of uier van 'n dier af wegneem, nie meer soog nie. 2. Gewoond maak daaraan om 'n gewoonte, soos om te rook, prys te gee. 3. Vruggies begin vorm wanneer bloeisels afval.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. spenen (al Mnl.). In bet. 3 uit Ndl., gewestelik in die suide in die vorm spenen (1599). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

speunen spenen ww., gez. v.e. veulen (Zuidwesten van Belgisch-Limburg). ~ speun ↑ ‘speen’.
WLD I afl. 9, 94.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

speen: s.nw. en ww. (met priv. funk., vgl. Kem WFA 59); Ndl. speen (Mnl. spēne, by Kil speene/speyne, “tepel”), dial. Eng. spean (as s.nw. en ww.), hierby Ndl. ww. spenen (Mnl. spēnen), hou misk. verb. m. Gr. stêthos, “moederbors” (v. ook dVri J NEW s.v. speen).

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Speen ww., Ndl. zich zitten, vruchten vormen, veral van die blommetjie wat afval as die vruggie hom vorm. – Dieselfde sin gee Kiliaen aan die woord spenen: ook nog in Suid-Nederlandse dialekte gewoon (Sien de Bo i.v. spennen, Corn. en Vervl. i.v. spenen en Teirlinck iv, 97).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Spenen, denom. van speen, met privatieve (beroovende) kracht, letterlijk dus: de speen (van een jong dier) wegnemen, onthouden; vgl. villen: het vel wegnemen. Bij uitbreiding wil het woord zeggen: zich van een genoegen onthouden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

spenen ‘van de borst nemen’ -> Engels spean ‘van de borst nemen’; Schots spean; spane, spen ‘van de borst nemen; tegenzin doen krijgen in voedsel of gewoonte, ideeën’; Duits dialect spänen, speänen, späen, spenen, spennen ‘van de borst nemen, opvoeden, de borst geven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spenen* van de borst nemen 1285 [CG Rijmb.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal