Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spectaculair - (opzienbarend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

spektakel zn. ‘schouwspel; drukte, rumoer’
Vnnl. spectacel, spectakel ‘schouwspel’ in gehangen in een spriet, ten spectacle van elcken ‘die wordt gehangen aan een staak, als schouwspel voor iedereen’ [1516; WNT zelf II], een grouwelijck spectakel om te sien, hoe ... ‘een gruwelijk gezicht...’ [1579; WNT triumphante]; nnl. spectakel, spektakel ‘luidruchtig rumoer’ in op dat hy ... geen spectakel maakte [1789; WNT], ‘luidruchtige ruzie’ in waar de wijven luider dan ooit spektakel maakten [1898; WNT].
Ontleend aan Frans spectacle ‘schouwspel, vermaak voor publiek’ [ca. 1280; TLF], eerder al ‘wat zich ontvouwt en reacties kan oproepen’ [ca. 1200; TLF]; dat woord is zelf ontleend aan Latijn spectāculum ‘voorstelling, schouwspel’, een afleiding van het ww. spectāre ‘bekijken, aanschouwen’, frequentatief van specere ‘zien, kijken’, verwant met → spieden.
spectaculair bn. ‘opzienbarend’. Nnl. ski-wedstrijden, welke buitengewoon spectaculair zijn [1933; Groene Amsterdammer]. Ontleend aan Frans spectaculaire ‘sensationeel’ [1936; TLF], een uitbreiding van de betekenis ‘dienend tot schouwspel en vermaak’ [1933; TLF], eerder al ‘inzake schouwspelen’ [1907; TLF], een afleiding van spectacle ‘schouwspel’, zie hierboven, met het achtervoegsel -air(e) < Latijn -āris ‘betreffende’, zie → populair.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spectaculair [opzienbarend] {1926-1950} < frans spectaculaire [toneel-, spektakel-, spectaculair], van spectacle [schouwspel, toneelspel] (vgl. spektakel).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

spectaculair ‘opzienbarend’ -> Indonesisch spéktakulér ‘opzienbarend’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spectaculair opzienbarend 1947 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut