Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spaat - (mineraal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

spaat zn. ‘mineraal’
Nnl. spaath, spaat ‘bladerig mineraal’ in De ligte spaat is zeer bekwaam ... tot het smelten van de tin-erts ... maar de zware spaat ... [1723; WNT zetten], Spaath ... Steenstoffen ... die eenigermate Ruitachtig, plat en glanzig breeken [1782; WNT], vooral in allerlei samenstellingen als loodspaat [1784; WNT lood], zwaarspaat [1831; WNT], veldspaat [1856; WNT], die verschillende mineralen met een bladerige structuur aanduiden.
Ontleend aan Duits Spat ‘bladerig mineraal’, uit Oudhoogduits spāt ‘id.’, uit Proto-Germaans *spēda-.
Eveneens ontleend in dezelfde betekenis zijn mnd. spāt, nzw. en nde. spat, en buiten het Germaans middeleeuws Latijn spathum, Frans spath, Spaans espato, Italiaans spatto ‘spaat’.
Verdere herkomst onzeker. Gewoonlijk leidt men pgm. *spēda- af van de wortel pie. *spē- < *speh1- ‘lang plat stuk hout’ van → spa(de). De benaming zou er dan naar verwijzen dat deze mineralen gemakkelijk in platte stukjes uiteenbreken (Pfeifer).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spaat [mineraal met bladerige structuur] {1782} < hoogduits Spat, van dezelfde stam als spaan.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

spaat znw. o. ‘mineraal dat bladerig is’ in de 19de eeuw < nhd. spat (dial. ook spaad), mhd. spāt en een afl. met de idg. wt. *sphē, waarvoor zie: spaan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

spaath znw. o. Uit hd. spat (zie bij spaan); ook elders ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

spaat(h) o., + Mhd. spat (Nhd. id) = splinter, steensoort, verwant met spaan en spade. Hieruit Fr. spath.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

spaat (Duits Spat)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spaat mineraal met bladerige structuur 1782 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal