Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spaarvarken - (spaarpot in varkensvorm)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

Spaarvarken

In de dertiende eeuw werd er in Nederland al heel wat afgespaard: ‘Sparen en vergaren’ was de leus, en ‘gesparig’ zijn gold als een deugd. Nederlanders bewaarden hun geld in een ‘busse’ (‘bus’) of ‘pot’. In zulke bussen of (vaak bolvormige) potten werden behalve geld nog veel meer zaken bewaard, en om misverstanden te voorkomen spreekt men vanaf in ieder geval 1512 van ‘spaerpot’; in dat jaar wordt in een toneelstuk verteld dat een koning met zeven mooie dochters geld voor de huwelijksschat verzamelt, “Jnden spaerspot tghelt stekende”.

Dieren
Vanaf de zeventiende eeuw maakte men spaarpotten in de vorm van allerlei dieren: een aap, een haan, een hond en een varken. Soms kregen dergelijke spaarpotten een aparte naam, bijvoorbeeld katshoofd of pothond. Aan het eind van de achttiende eeuw komt de naam varken of stenen varken op voor een spaarpot in de vorm van een varken: in 1798 spreekt iemand over “spaarpotten, privébeursjes, steenen varkens, en al wat van die soort van geheime bewaarplaatsen”. Ook de aanduiding groen varken kwam voor; de oudste varkens waren vaak gemaakt van groen geglazuurd aardewerk. Zulke aardewerken spaarvarkens kwamen trouwens in Duitsland al in de dertiende eeuw voor, zo is gebleken uit opgravingen in het Duitse Billeben, een deelstaat van Thüringen. Hoe de Duitsers die spaarvarkens toen noemden, weten we niet. Tegenwoordig is de Duitse benaming Sparschwein.
De stenen varkens haalden vroeger nogal eens de krant omdat ze een gemakkelijke buit waren voor dieven. Zo verhaalt de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 14 april 1849 dat er “in den avond van den tweeden Paaschdag in een perceel op de Bloemgracht bij de Baangracht te Amsterdam, een belangrijke diefstal gepleegd” is, waarbij diverse voorwerpen van waarde zijn ontvreemd, onder andere “een groen steenen varken of spaarpot met ongeveer ƒ 25,– aan diversen speciën [munten]”.

Sprookje
Vanaf 1885 spreekt men van ‘stenen spaarvarken’ en ook al van kortweg ‘spaarvarken’. De voorwerpen waren inmiddels geheel ingeburgerd, want een krantenbericht uit 1895 spreekt van een “ouderwetsche steenen spaarvarken met een gleuf”. En vanaf 1899 wordt spaarvarken de normale benaming. Daaraan heeft de Deense schrijver Hans Christian Andersen ongetwijfeld bijgedragen. Uit 1854 stamt zijn sprookje Pengegrisen (letterlijk ‘geldvarken’), dat in 1858 in Nederlandse navertelling bij ons bekend raakte onder de titel Het spaarvarken. Het verhaalt hoe de voorwerpen in de kinderkamer ’s nachts tot leven komen en een toneelstukje opvoeren. Aan het einde valt het volle spaarvarken van de latafel op de vloer. De volgende dag worden de scherven weggegooid en komt er een nieuw spaarvarken. Het sprookje was niet alleen bekend, maar ook geliefd: zo werd het op 10 maart 1928 voorgelezen op de radio.
Maar de vraag is natuurlijk: waarom heeft het varken de andere oude diervormen van spaarpotten verdrongen? Dat komt doordat varkens vroeger het symbool waren van rijkdom en welstand. En het allerbelangrijkste: varkens werden langzaam vetgemest, precies zoals spaarvarkens geleidelijk vol raken. In de oudste Nederlandse vindplaatsen wordt geregeld verwezen naar een vet spaarvarken of naar vetmesten; zo staat op 24 april 1885 in het nieuwsblad Suriname: “hij houdt er een spaarvarken op na, dat met maandelijksche bijdragen vetgemest en jaarlijks (…) geslacht wordt”.

Vat
In de Verenigde Staten is het woord voor spaarvarken vanaf 1902 pig bank, in Groot-Brittannië vanaf 1913 piggy bank. In deze tijd worden spaarvarkens aan kinderen gegeven om hun te leren met geld om te gaan. In Groot-Brittannië kende men al vanaf 1646 de benaming penny pig voor een collectebus met een gleuf erin. Anders dan de naam doet vermoeden, ging het hier niet om een pot in de vorm van een varkentje: het woord pig is hier een verouderd en regionaal woord voor ‘pot, vat’. In de volksmond legde men een verband met het gelijkluidende woord voor ‘varken’: pig.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2017), ‘Spaarvarken’, in: Onze Taal 4, 19]

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal