Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

soort - (categorie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

soort zn. ‘categorie’
Mnl. sorte, soorte ‘soort, slag’ in die es comen van onser soorte ‘die tot onze kring behoort’ [ca. 1350; MNW], ‘soort, type van goederen’ in drie sortten van inghelse lakenen ‘drie soorten Engels laken’ [1450; MNW]; vnnl. sort, soorte ‘kwaliteit, soort, type’ [1599; Kil.], gemaect van een sekere soorte van hart hout [1602; WNT], soort ‘biologische categorie’ in Nature wil ... de soort in wezen houwen ‘de natuur wil de soort in stand houden’ [1666; WNT]; nnl. een soort (van) in een soort van hoffelykheit [1714; WNT], soort ‘klasse, type’ in (mensen) van het allergemeenste soort ‘van het laagste allooi’ [1763; WNT], ‘kwaliteit’ in daarna een soortje minder [1809; WNT].
Ontleend aan Frans sorte ‘soort, klasse’ [1327; TLF], eerder al ‘groep personen’ [ca. 1220; TLF], later ook ‘iets wat lijkt op’ [1664; TLF], van Latijn sors (genitief sortis) ‘lot, deel, aandeel, rang; manier’, wrsch. bij de wortel van het ww. serere ‘aaneenrijgen, laten aansluiten’, zie → serie; een lot werd getrokken uit een reeks.
soortelijk bn. ‘aan de soort eigen’. Nnl. soortelijk ‘aan de soort of aan een materiaal eigen’ in Soortelijke Kenmerken (van planten) [1773; WNT], soortelijke warmte ‘de mate waarin een materiaal vatbaar is voor warmte’ [1843; WNT warmte], Het soortelijk gewicht van een lichaam geeft in grammen uitgedrukt het gewicht aan van 1 cM3. van dat lichaam bij 00 C. [1888; WNT gewicht], ‘volgens de soort, wat soort betreft’ in soortelijk verschillen de afdelingen niet van elkaar [1896; WNT Aanv. ondernemer]. Afleiding van soort met het achtervoegsel → -lijk.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

soort [categorie, kwaliteit] {soort(e) 1350} < frans sorte [manier, soort] < latijn sortem, 4e nv. van sors [lootje, loting, het resultaat van de loting, bv. ambt, rang, positie, en in laat-lat. aard, manier].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

soort znw. v., mnl. sorte, soorte v. < fra. sorte < ital. sorta < lat. sors. Uit de oude bet. ‘lot’ ontstond in de koophandel die van ‘klasse van goederen’ en vandaar die van ‘hoedanigheid’. Het handelswoord mnl. sorte > mnd. sorte (sedert 1381), terwijl vroeg-nhd. sarte rechtstreeks uit het fra. stamt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

soort znw. (de, het), mnl. sorte, soorte v. Evenals nhd. (reeds oudnhd. laat-mnd.) sorte v., de. zw. sort, eng. sort uit fr. sorte, it. sorta (van lat. sors “lot” afgeleid). Een handelsleenwoord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

soort v., gelijk Hgd. sorte, Eng. sort, uit Fr. sorte, van It. sorta, een afleid. van sorte = lot, toestand, manier van zijn, Lat, sortem (sors) = lot.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Soort, eig. een handelsterm, van ’t Fr. sorte en dit van ’t It. sorta, een afl. van sorte = lot, toestand, wijze van bestaan, van ’t Lat. sors, 4e nv. sortem = lot. Uit dit begrip van wijze van bestaan, aard ging de huidige bet. over.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

soort ‘categorie, kwaliteit’ -> Duits Sorte ‘aard; kwaliteitsklasse, kwaliteit’; Ests sort ‘categorie, kwaliteit’ (uit Nederlands of Duits); Negerhollands soort, sōt, sort ‘categorie, kwaliteit’; Berbice-Nederlands sutu ‘categorie, kwaliteit’; Sranantongo sortu (ouder: sorte) ‘categorie, kwaliteit’ (uit Nederlands of Engels); Saramakkaans sóótu ‘categorie, kwaliteit’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

soort categorie, kwaliteit 1350 [MNW] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2104. Soort zoekt soort,

d.w.z. menschen van gelijken aard zoeken elkanders gezelschap. Zoo in het Grieksch παν ζωον το ομοιον εαυτω αγαπησειJournal, 258; Montijn, 515; Archiv. XIII, 394.; bij Cicero, de Senect. c. 3 § 7: pares autem cum paribus veteri proverbi facillime congregantur; mlat. compar amat similem; ut sapiens fatur similis similem comitatur (Werner, 103); mnl. gelike (ghelijc) mint gelike (ghelijc); ghelijc suect sijns ghelijc; Campen, 14: ghelijck socht sich; ghelijck vindt sich; Servilius, 255: gelijc vindt men by gelijck; Prov. Comm. 365: ghelijck mint sijns ghelijck; Bebel, no. 485; Brederoo, Moortje 1184: Ghelijck soeckt zijn ghelijck; Tuinman II, 65: Soorte by soorte; C. Wildsch. II, 272: Gelijk zoekt gelijk; Joos, 152: Soort zoekt soort, zei de duivel, en hij vloog met den schouwvager weg; Breuls, 89: Den duvel zet zieg op ene schouweveeger; Waasch Idiot. 610 a; Antw. Idiot. 1147; Harreb. I, 166; Afrik. soort soek soort; mhd. ein ieglich suochet sîn glîchen, compar amat similem; quod amatur, amabit amantem; hd. Gleich und Gleich gesellt sich gernZeitschr. f. D. Wortf. IX, 297.; Gleich sucht Gleich; eng. like likes (or loves) like; kit will to kind; fr. qui se ressemble s'assemble; fagot cherche bourrée.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut