Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sommige - (onbepaald (enige))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sommige onbepaald vnw. ‘enige’
Mnl. somich, sommich ‘enig, enkel’ in geminget met somegen roden draden ‘met enkele rode draden erdoor’ [1236; VMNW], Sommeghe van hen stonden van verre ende sagen ‘sommigen van hen stonden op een afstand te kijken’ [1340-60; MNW-P].
Afleiding met het achtervoegsel → -ig van mnl. som ‘enig, enkel’ < onl. suma, zoals in So ich sume wiila geruowet bim ‘nadat ik enige tijd gerust heb’ [ca. 1100; Will.], Jn somen steden ‘op sommige plaatsen’ [1265-70; VMNW]. Daarnaast met ander achtervoegsel ook al onl. sumalīk ‘sommige, enkele’ in Id sagen sumeliche livte ‘dit zeggen sommige mensen’ [1151-1200; Reimbibel].
In de verbogen naamvallen en in afleidingen van mnl. som heeft de stam een open lettergreep: mnl. some(n), somich, somelijc. Daarnaast verschijnen al vroeg vormen met gesloten lettergreep, die uiteindelijk de overhand hebben gekregen. In samenstellingen is som- de gewone vorm: mnl. sommaels, somstont, somtijt, somwilen ‘soms, nu en dan’, zie → soms.
Bij mnl. som: os. sum (mnd. sum, som); ohd./mhd. sum; ofri. sum; oe. sum (ne. some); on. sumr (nde. somme (mv.), nzw. somt (onz. ev.)); got. sums; alle ‘enig, een of ander, enkel’, < pgm. *suma-.
Pgm. *suma- gaat terug op de nultrap van de wortel pie. *sem- ‘één, eenmaal, bijeen e.d.’. Als telwoord komt *sṓm ‘één’ (genitief *sm-ós, accusatief sém-m) terug in de telwoorden Grieks heĩs ‘één’, Armeens mi ‘id.’, Tochaars A/B sas/ṣe ‘één’. Andere woorden die teruggaan op de diverse ablautstrappen *sm-, sem-, *som-, *sēm- van deze wortel zijn: Proto-Germaans sama- ‘dezelfde’, zie → -zaam en → samen; Latijn sim-, sem- ‘één-’ in semel ‘eenmaal’, simplex ‘enkelvoudig’ (zie → simpel), similis ‘gelijk’ (zie → simultaan), semper ‘altijd’, singulī ‘alleenstaand, enkelvoudig’, Latijn sēmi- ‘half’ (zie → semi-); Grieks (< pie. nultrap) ha- ‘één-’ in hamós ‘enig, een’, hápax ‘eenmaal’, hamós ‘één, een’, héteros (< háteros) ‘een van de twee; de of een ander; andersoortig, verschillend’ (zie → hetero-), Grieks (< pie. e-trap) háma ‘tegelijk’, Grieks (< pie. o-trap) homós ‘gelijk, eender; gemeenschappelijk’ (zie → homo-); Sanskrit samá- ‘gelijk, gemeenschappelijk; de een of andere, iedere’; Avestisch hama- ‘id.’; Oudkerkslavisch samŭ ‘zelf’ (Russisch sam); Oudiers -som ‘id.’; Armeens ham ‘met’, amen(ain) ‘ieder’; Tochaars A/B sam/sām ‘samen, verenigd’.
Mnl. s- voor klinkers leidt in het algemeen tot nnl. z-. De s- in plaats van de verwachte z- komt vaker voor bij volgende korte klinker en geminaat.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sommige* [onbepaald aantal] {somich, sommich [het, de een en ander, deze en gene, sommig, enig] 1236} middelnederduits somich, sommich, oudfries sommig, daarnaast middelnederlands som, oudsaksisch, oudhoogduits, oudfries, oudengels sum, oudnoors sumr, gotisch sums [idem]; buiten het germ. grieks hamos (met h < s) [een, de een of ander] (vgl. samen).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sommige bijv., Mnl. som(m)ich + Ohd. sumalîh, Zw. somlige: afleid. van *som: z. soms.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

sommenke, onb. vnw.: sommige. Door suffixsubstitutie –ig/-ink? Of samenst. van sommig en menige?

sommeste, onb. vnw.: sommige. Uit sommigste, superlatief bij sommige.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Sommige, afl. van ’t Mnl. som, dat ook in andere verwante talen: een of ander, een zekere bet.; vgl. soms: op een of ander tijd; in een of ander geval, en somtijds, somwijlen. Sommige w.d.z.: een of ander, maar heeft later het begrip aangenomen van enkele, eenige. Sommige menschen houden niet van koffie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sommige ‘onbepaald voornaamwoord: enige’ -> Zweeds somlig ‘onbepaald voornaamwoord: enige’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands sommige ‘onbepaald voornaamwoord: enige’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sommige* onbepaald voornaamwoord 1236 [CG I1, 23]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal