Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sommeren - (aanmanen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sommeren [aanmanen, optellen] {1299 in de betekenis ‘oproepen, opeisen’; de betekenis ‘optellen’ 1532} < frans sommer, oudfrans summer, sommer [realiseren, volbrengen, iem. in gebreke stellen], van somme [het totaal, hoeveelheid, samenvatting, prestatie, verhandeling] (vgl. som).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

somméren ww. sedert de 16de eeuw < fra. sommer ‘een ultimatum stellen’, een bet. (misschien onder invloed van ofra. semonoir < lat. submonēre) uit vroeger ‘tot het einde optellen, voleindigen’, vgl. mnl. sommêren, summêren ‘optellen’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† somme[e]ren ww. In de tegenwoordige bet. reeds in de 16e eeuw. Uit fr. sommer. Hieruit, resp. uit lat. summâre ook mnl. sommêren, summêren ‘optellen’.

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Sommeren (< Fr. sommer). Een som bepalen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sommeren aanmanen 1299 [CG I4, 2663] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal