Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

somber - (bedrukt; duister)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

somber bn. ‘bedrukt; duister’
Vnnl. somber ‘neerslachtig, pessimistisch’ in somber en styfzinnigh van aardt [1642; WNT]; nnl. somber ‘neerslachtig’ in een somber humeur [1732; WNT], ‘duister, mistroostig’ in sombre schemeringen [1784; WNT hemel], sombre bossen [1796; WNT], ‘niet opgewekt’ in hij staarde somber voor zich heen [1857; WNT], ‘niet tot optimisme stemmend’ in zijn sombere toekomst [1870; WNT ingaan].
Ontleend aan Frans sombre ‘duister’ [1530; TLF], eerder al ‘gekwetst, bedrukt’ [1374; TLF], nog eerder al in het afgeleide zn. essombre ‘duisternis, schaduw’ [ca. 1179; TLF]. Verdere herkomst onduidelijk. Sombre is mogelijk een afleiding van een niet geattesteerd ww. *sombrer < Laatlatijn subumbrare ‘beschaduwen’; hierin is sub een voorvoegsel met de betekenis ‘onder, lager dan’, zie → sub-, en umbrare een afleiding van umbra ‘schaduw’, van verder onbekende herkomst, zie → lommer. Het is ook mogelijk dat sombre een vervorming is van Latijn umbra onder invloed van Oudfrans sol ‘zon’ [119; TLF soleil], zoals wrsch. ook gebeurd is bij Spaans sombra ‘schaduw’, zie → sombrero.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

somber [bedrukt] {1642} < frans sombre (vgl. sombrero).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

somber bnw., Kiliaen somber, sommer ‘bewolkt’ < fra. sombre, een afl. van het ww. *sombrer < lat. subumbrare ‘beschaduwen, verduisteren’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

somber bnw. Kil. somber, sommer “nubilus, opacus”. Uit fr. sombre (< lat. sub umbra).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

somber bijv., uit Fr. sombre, met Ofra. essombre, uit Mlat. (ex-umbrare, ex- = voluit, en umbra = schaduw).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

somber b.nw.
1. Swaarmoedig, bedruk. 2. Donker, treurig.
Uit Ndl. somber (1642 in bet. 1, 1719 in bet. 2). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. somber uit Fr. sombre (1433) uit die ww. sombrer 'skaduwee maak' uit Latyn subumbrare, 'n afleiding van subumbra 'onder die skaduwee', met lg. van sub 'onder' en umbra 'skaduwee'.
Eng. sombre (1760 in bet. 1), Port. sombrío, Sp. sombrío.
Vgl. sombrero.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

somber (Frans sombre)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Somber, van ’t Fr. sombre = duister, verwant met ’t Lat. umbra = schaduw.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

somber ‘bedrukt’ -> Fries somber ‘bedrukt’; Duits dialect somber, ßumber ‘bedrukt’; Sranantongo sombosombo ‘bedrukt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

somber bedrukt 1642 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut