Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

solliciteren - (naar een betrekking dingen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

solliciteren ww. ‘naar een betrekking dingen’
Mnl. solliciteren ‘zorg dragen voor’ in de voirs. gheleydsbrieven te zeghelen ende haestelic te solliciteren ‘deze geleidebrieven te verzegelen en met spoed te bezorgen’ [1451; via MNHWS], ‘(een zaak) bevorderen’ in Om de zake te bet te solliciterne ende haestene ‘om de zaak te bevorderen en te bespoedigen’ [ca. 1480; MNW]; vnnl. ‘trachten te verkrijgen’ in solliciteert ... om eenigh offici ‘solliciteert naar enig ambt’ [1617; WNT]; nnl. de post, naar welken men solliciteert [1813; Leeuwarder Courant].
Ontleend aan Frans solliciter ‘vragen’ [1530; Rey], eerder al ‘verzoeken’ [ca. 1355; Rey], ‘zorg dragen voor’ [1350; Rey] en ‘opeisen’ [1332; Rey], ontleend aan Latijn sollicitāre ‘doen schudden, prikkelen, storen, verontrusten, ophitsen, bewegen tot’, een afleiding van sollicitus ‘hevig bewogen, verontrust, zorgvuldig’, gevormd uit sollus ‘geheel’, dat verwant is met salvus, zie → solide, en ciēre ‘in beweging zetten, oproepen’, zie ook → citeren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

solliciteren [naar een betrekking dingen] {sol(l)iciteren [trachten te verkrijgen, behartigen, zich inspannen] 1451} < frans solliciter < latijn sollicitare [in heftige beweging brengen, prikkelen, ophitsen, aanzetten tot], van sollicitus [heftig bewogen], van sollus [geheel] + citus, verl. deelw. van ciēre [in beweging brengen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

solliciteren ww. later-nnl. < fra. solliciter, vgl. mnl. sollicitêren ‘(een zaak) bevorderen’. De oude bet. is ‘sterk opwekken, dringend verlangen’, vgl. Teuth. sollicitieren ‘lastig vallen.’. Grondwoord is lat. sollicitare ‘sterk bewegen; verontrusten, beangstigen; aanzetten, opwekken, opruien’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

solliciteeren ww. In de tegenwoordige bet. uit fr. solliciter. Laat-mnl. sollicitêren “(een zaak) bevorderen”, Teuth. sollicitieren “lastig vallen, kwellen” (ook oudnnl.) eveneens of uit lat. sollicitâre.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

solliciteren naar een betrekking dingen 1617 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut