Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

solitair - (afgezonderd, eenzaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

solitair bn. ‘afgezonderd, eenzaam’
Vnnl. een solitair ende obscur leven [1626; WNT Aanv. obscuur].
Ontleend aan Frans solitaire ‘die in eenzaamheid leeft’ [eind 12e eeuw; TLF], dat ontleend is aan Latijn sōlitārius ‘individueel, eenzaam’, een afleiding van sōlus ‘alleen, verlaten’, zie → solo.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

solitair [eenzaam, kluizenaar] {1650 als bn.; als zn. 1824} < frans solitaire [idem] < latijn solitarius [eenzaam, op zichzelf staand], van solitas [eenzaamheid], van solus [alleen].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

solitair eenzaam 1650 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut