Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

soes - (het soezen)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

soes I (het soezen). Van ’t ww. soezen, met dial. oe = suizen. Vgl. voor den vorm doezelig, poezel. Kil. kent soesen nog slechts in de oudere bet. “leni dulcique aura spirare”. De bet. “suffen” ontwikkelde zich via “bedwelmd zijn, suizebollen”; fri. sûs = “bedwelming, flauwte, zwijm”.

Hosted by Meertens Instituut