Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

soep - (vloeibare kost)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

soep zn. ‘vloeibare kost’
Nnl. eerst Eet nou soupe ‘eet nu soep’ [1706; WNT kok I], dan dagelyks vleisch en soep te eeten [1734; WNT overhouden].
Ontleend aan Frans soupe ‘met brood of andere vast voedsel verdikte bouillon’ [ca. 1310-40; Rey], eerder al soppe ‘met bouillon of ander warm vocht besprenkelde snee brood’ [midden 12e eeuw; Rey], dat via Laatlatijn suppa ‘id.’ [ca. 500; Rey] is ontleend aan West-Germaans *suppa, zie → sop.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

soep [vloeibare kost] {1745} < frans soupe [boterham waar men bouillon op goot], middeleeuws latijn suppa, uit het germ., vgl. sop1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

soep znw. v. < fra. soupe; zie verder: sop.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sop znw. (het, de), vla. zoppe v., zop o. (de ndl. s wordt aan invloed van de pp toegeschreven; vgl. bij sommig, sok), mnl. soppe v., sop (pp) o. (s en z) “sop, saus, geweekt brood”. = mhd. sopfe (in grunt-sopfe v. “grond-sop”), mnd. soppe, suppe v. “soep, saus, vloeibare spijs”, ags. soppe v. “gesopt brood” (eng. sop) of “een vloeibare spijs” (in samenst.), on. soppa v. “wijnsoep”, noorw. dial. soppa v. “melk met stukjes brood”. Hierbij ’t ww. soppen, vla. zoppen, mnl. soppen = ags. soppian (eng. to sop) “soppen”; ook du. dial. Evenals got. supon “inzouten”, ohd. soffôn “inmaken”, ga-sopho m. “peripsima”, ka-sofo m. “migma”, mhd. sûfe, mnd. sûpe v. “soep”, mhd. sûf m. “drank”, on. sûpr m. “slok” bij zuipen. Uit ’t Germ. de rom. groep, waartoe fr. soupe “soep, sop” hoort. Hieruit ndl. soep (nog niet bij Kil.), eng. soup “soep”. Laat-mhd. suppe, soppe v. “id., sop” (nhd. suppe) kan uit ’t Fr., ook uit ’t Ndd. komen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

soep v., gelijk Hgd. suppe, Eng. soup, uit Fr. soupe, dat teruggaat op Onfra. *suppe, bij sop 2.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

sop (zn.) soep; Nuinederlands soupe <1706> < Frans soupe.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

II. soep (de), (ook:) soepvlees. - Zie ook: ribbesoep*, platte en ronde soep*.
— : platte soep, niet uitgebeend klapstuk. - Syn. ribbesoep*.
— : ronde soep, schenkelvlees met been, bestemd voor soep. Een rundvlees pakket, bestaande uit ½ kilo schijf*, ½ kilo rundergehakt en ½ kilo ribbe-* of ronde soep voor... niet te geloven, tien gulden* (WS 15-5-1982). - Syn. ronde schijf*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sop I: – (deftig) soep – , vloeibare voedsel; Ndl. soep uit Fr. soupe, wu. Eng. soup en Hd. suppe) naas sop (Mnl. en by Kil sop/soppe, Eng. sop, “geweekte brood”), wsk. v. Germ. herk. en verb. m. Ndl. zuipen, Afr. suip, Eng. sip, v. ook sopie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

soep (Frans soupe)

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

soep In de uitdrukking half soep aan het eind van de 19de eeuw in Amsterdam gebruikt voor ‘borrel’. Deze borrelnaam is alleen gevonden in een lijst met Amsterdamse woorden die A.C. de Graaf omstreeks 1890 opstelde voor het tijdschrift Onze Volkstaal, vlak voordat dit blad ter ziele ging. Wie De Graaf was, is niet bekend. Wel dat hij een groot kenner was van het 19de-eeuws Amsterdams (zie over de geschiedenis van zijn woordenlijst bij moppie). De herkomst van deze borrelnaam is niet bekend. Wellicht ging men ervan uit dat de voedingswaarde van een borreltje gelijkstond aan die van een half kommetje soep. Het kan ook zijn dat de jenever met iets anders werd vermengd en er daardoor ‘soepig’ uitzag. In het Engels werd jenever wel laughing soup ‘lachsoep’ genoemd.
Vergelijk papegaaiensoep.

[Graaf]

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Soep, van ’t Fr. soupe en dit weer van den Germ. wt. sup = drinken (ons platte „zuipen”), en wel met causat. bet.: drenken, n.1. doopen in een vloeistof, ons „soppen”. Soep is dus letterlijk: gesopte spijs, d.w.z. half vloeibaar, geen vaste spijs.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

soep ‘vloeibare kost’ -> Duits Suppe ‘vloeibare kost’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens suppe ‘vloeibare kost’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors suppe ‘vloeibare kost’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds suppa ‘vloeibare kost’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins soppa ‘vloeibare kost’ ; Noord-Sotho sopo ‘vloeibare kost’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana sôpô ‘vloeibare kost’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa suphu ‘vloeibare kost’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe sobho ‘vloeibare kost’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho sopho ‘vloeibare kost’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch sop, sup ‘vloeibare kost’; Ambons-Maleis sup ‘vloeibare kost’; Chinees-Maleis sup ‘Europese soep’; Jakartaans-Maleis sop ‘vloeibare kost’; Javaans esop ‘vloeibare kost’; Keiëes supi ‘soep, pap’; Kupang-Maleis sup ‘vloeibare kost’; Madoerees ēssop, sop ‘vloeibare kost’; Makassaars ‘vloeibare kost’; Menadonees sup ‘vloeibare kost’; Minangkabaus sup ‘vloeibare kost’; Muna supu ‘vloeibare kost’; Nias su ‘vloeibare kost’; Soendanees sop ‘vloeibare kost’; Ternataans-Maleis sup ‘vloeibare kost’; Creools-Portugees (Batavia) soepsantoe ‘vloeibare kost’; Negerhollands soep, sop ‘vloeibare kost’; Papiaments sòpi (ouder: soppi) ‘vloeibare kost’; Sranantongo supu ‘vloeibare kost’; Sarnami supu ‘vloeibare kost’; Surinaams-Javaans sop, sup, supu ‘soep (met vlees)’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) asopao, sopao ‘vloeibare kost’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

soep vloeibare kost 1745 [WNT] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2099. In de soep jagen,

in verlegenheid brengen (zie no. 1915). Harreb. II, 280: Hij zit in de soep, in groote verlegenheid. Ik kom er mooi mede in de soep, ik kom er gek af; Handelsblad, 20 Febr. (A) 1922, p. 7 k. 1: Het zou nu zoo zijn, dat spreker ‘de partij in de soep heeft gejaagd’; Afrik.: In die sop wees, in moeilijkheden verkeeren; hd. einen in die Suppe bringen; in der Brühe sitzen; eng. to land in the soup.

2098. De soep wordt niet zoo heet gegeten, als ze wordt opgediend,

d.w.z. de uitvoering van bevelen, verordeningen en bedreigingen is dikwijls minder streng dan men naar den inhoud verwacht Men bezigt deze uitdr. om te kennen te geven, dat naar iemands meening het zoo'n vaart niet loopen zal. Vgl. Handelsblad, 16 Jan. 1921, p. 1 k. 4: De soep wordt nooit zoo heet gegeten als ze wordt opgedaan; 18 Juli 1920, p. I k. 1: In de militaire quaestie heeft Duitschland moeten toegeven.... al zal onder den drang der omstandigheden wellicht ook hier de soep niet zoo heet worden gegeten als ze is opgediend; 11 Maart 1921 (O), p. 6 k. 4: Als men niet wist, dat ‘de soep nooit zoo heet wordt gegeten als ze wordt gekookt’, zou men durven voorspellen: de tabaksbelasting gaat er aan; 26 Juli 1917 (O), p. 2 k. 1: De pap wordt niet zoo heet gegeten als ze gekookt wordt; 19 Juni 1923 (A), p. 13 k. 4: Een lichtpunt dat den ouders en ook den examinatoren tot troost zal strekken is, dat vermoedelijk de soep ook hier niet zoo heet gegeten zal worden, als ze ter tafel komt; Afrik. pap word altyd warmer gekook as dit geëet word, men overdrijft licht. Vertaling van 't hd. Der Brei wird heiszer aufgetragen als gegessen; es wird nichts so heisz gegessen als gekocht (gebacken); der Brei wird nicht so heisz gegessen als er vom Feuer kommt, als er aufgegeben wird.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut