Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sober - (matig, eenvoudig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sober bn. ‘matig, eenvoudig’
Mnl. Sijt sober ende waect ‘wees matig en blijf wakker’ [1348; MNW-P], een sober ende cranck loon ‘een bescheiden en gering loon’ [1470; MNW].
Ontleend aan Frans sobre ‘matig’ [ca. 1180; TLF], ook ‘deugdzaam’ [ca. 1170; TLF], een ontlening aan Latijn sōbrius ‘niet dronken, matig, verstandig’, dat gevormd is uit ēbrius ‘dronken’, waarvan geen zekere etymologie bekend is, en vermoedelijk een element *se-, dat ‘scheiding, gemis’ aanduidt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sober [niet overvloedig] {1351 in de betekenis ‘matig, armoedig’} < frans sobre [matig] < latijn sobrius [nuchter, niet dronken, matig, ingetogen], van se- [terzijde, weg, on-] + ebrius [dronken] (vgl. zuiver).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

sober

In het Latijn bestaat het woord ebrius dat: dronken betekent en figuurlijk ook: rijkelijk voorzien, overvol. Het tegengestelde van dit ebrius is sobrius dat wordt verklaard als een samentrekking uit so-ebrius, waarin so betekent: zonder, niet. Dit sobrius werd in het Italiaans sobrio, in het Frans sobre, in het Engels en Nederlands sober. In het Middelnederlands komt het woord al voor in betekenissen als: matig, ingetogen, eenvoudig, in het algemeen: afkerig van overdaad. Men kan het van personen zeggen, maar ook van uitingen of van wat men gebruikt. Zo spreekt men van een sobere maaltijd, een sober gebaar, in sobere bewoordingen een overledene herdenken. Onopgesmukt, eenvoudig, matig, karig zijn woorden die het begrip sober ongeveer weergeven.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sober bnw., mnl. sober ‘matig, ingetogen, eenvoudig, karig, ellendig’ < fra. sobre < lat. sōbrius.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sober bnw., mnl. sober “matig, ingetogen, eenvoudig, karig, ellendig”. Uit fr. sobre (< lat. sôbrius). Ook mnd. sober “nuchter, matig” (> de. sober).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sober bijv., Mnl. id., uit Fr. sobre, van Lat. sobrium (-us) = matig, samengest. met so, se-, præfix van ontkenning, en ebrius = dronken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

sober b.nw.
1. Matig, karig. 2. Nugter.
In bet. 1 uit Ndl. sober (al Mnl.). In bet. 2 uit Eng. sober (1387). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. sober en Eng. sober uit Fr. sobre uit Latyn sobrius 'matig, nugter, ingetoë, nie dronk nie', met lg. van se- 'sonder' en -ebrius 'dronk'.
Eng. sober (1340), It. sobrio, Port. sóbrio, Sp. sobrio.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sober (Frans sobre)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Sober, van ’t Fr. sobre, Lat. sobrius = matig, nuchter.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sober ‘niet overvloedig’ -> Fries sober ‘niet overvloedig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sober niet overvloedig 1351 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut