Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snorkel - (luchtpijpje bij het zwemmen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

snorkel zn. ‘luchtpijpje bij het zwemmen’
Nnl. snorkel ‘buis waardoor men kan ademhalen bij het zwemmen vlak onder het wateroppervlak’ in twintig pakketten met: 1 snorkel, 1 paar zwemvliezen, 1 duikbril [1956; Leeuwarder Courant], “toestel bestaande uit een buis met drijverlichaam, waardoor duikboten onderwater op hun dieselmotoren kunnen varen” [1957; WPJ 1958].
Ontleend aan Hoogduits Schnorchel ‘luchtinlaat voor onderzeeboten’, eerder al ‘brommend, rochelend keelgeluid’ en Duits marinejargon voor ‘snuit, neus’ [alle 20e eeuw; Kluge], afgeleid van schnorchen, nevenvorm naast schnarchen ‘snurken’, zie → snurken.
De Duitsers troffen tijdens de Tweede Wereldoorlog op de Nederlandse onderzeeboten een installatie aan, bestaande uit een holle, uitschuifbare en opklapbare mast waardoor men lucht kon aanvoeren en gassen afvoeren zonder aan de oppervlakte te komen. Door deze vinding van de Nederlandse schout-bij-nacht Jan Jacob Wichers (1894-1983) werd het mogelijk op periscoopdiepte dieselmotoren te gebruiken. Wichers begon in 1927 met de plannen en diende deze in 1933 in bij de marineleiding, waarop ze in 1937 op twee Nederlandse onderzeeboten hun toepassing vonden. Vanaf 1944 zijn de Duitsers deze uitvinding op grote schaal gaan toepassen op hun onderzeeboten, onder de naam Schnorchel, vanwege enerzijds de gelijkenis met een neus en anderzijds de gelijkenis met een schrapend, rochelend keelgeluid dat de installatie in werking maakte. Naderhand is de installatie wereldwijd op onderzeeboten toegepast. De Britse marine kent het onder de benaming snort, de Amerikaanse als snorkel [1949; BDE], eerst in de vorm Schnorkel [1944; BDE]. Wichers noemde de installatie snuiver, dat nog altijd in de woordenboeken staat. De betekenis is waarschijnlijk ontleend aan snuiver ‘rookafvoer, afvoer’ [1617; WNT]. De later aan het Duits ontleende naam snorkel is echter beduidend frequenter. Naar analogie van de onderzeebootsnorkels heeft zich in de jaren 1950 de tweede en inmiddels bekendere betekenis ‘luchtpijpje bij het zwemmen’ ontwikkeld, met de eerste attestatie [1953; BDE] in de geschriften van de Franse onderzoeker van de onderwaterwereld Jacques-Yves Cousteau (1910-1997).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

snorkel [luchtpijpje bij het zwemmen] {na 1950} < hoogduits Schnorchel [luchtinlaat voor onderzeeërs, dial. snuit], van schnorchen [snorken].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

snorkel s.nw.
1. Langerige buis op duikbote wat bo die water uitsteek waardeur lug toegevoer en gasse afgevoer kan word, sonder om na die oppervlak te gaan. 2. Kort buis wat bo die water uitsteek waardeur duikers kan asemhaal.
Uit Eng. snorkel (1944 in bet. 1, 1953 in bet. 2).
D. Schnorchel (20ste eeu), Fr. schnorchel (in bet. 1), Ndl. snorkel (ná 1950 in bet. 1 en 2).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

snorkel (Duits Schnorchel)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

snorkel luchtpijpje bij het zwemmen 1957 [WP jaarboek 1958] <Duits

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

snorkelluchtpijpje bij het zwemmen (1957); Snorkel (1958) van Du. Schnorkel; oorspr. Ned. benaming snuiver), toestel bestaande uit een buis met drijverlichaam, waardoor duikboten onderwater op hun dieselmotoren kunnen varen (zuurstoftoevoer). Ned. vinding, door Duitsland in W.O. II buitgemaakt.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut