Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snit - (zeis)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

snit2* [zeis] {1926-1950} van snijden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

snit znw. (de, het), nog niet bij Kil. Van hd. schnitt (zie snede). Ook uit ’t Hd. Kil. snit “securicula”? Vgl. mhd. snit m. “scherp van een mes e.dgl.”. Of een van ouds ndl. vorm met tt als mhd. snitzen “in stukken snijden, uit hout snijden” (nhd. schnitzen)?

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

snit. Met Kil. snit ‘securicula’ vgl. gron. snit ‘soort zeis’ (Westerw. Old. snitte). Een afl. bij een znw. snit ‘snijwerktuig’ is blijkbaar gron. snitjen ‘houtsnijden, knutselen’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

snit m. en v., staat tot snijden, als rit tot rijden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut