Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snipverkouden - (erg verkouden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

snip zn. ‘vogel van het geslacht Gallinago, Scolopax of Limnodromus
Mnl. snippe, sneppe ‘snip’ in .xi. s ghelts ende ses snippen ‘11 schelling aan geld en 6 snippen’ [1280-87; VMNW], vlesch vander sneppen es ghesont ‘snippenvlees is gezond’ [1287; VMNW]; vnnl. sneppe oft snippe [1573; Thes.], sneppe, snephoen [1599; Kil.].
De snip is genoemd naar zijn karakteristieke lange spitse snavel. Het woord hoort bij de groep woorden met sn- voor ‘(dieren met een) spits vooruitstekende kop of bek’, waarvoor zie → snavel.
Os. sneppa (mnd. snippe, sneppe, snippel); ohd. snepfo (nhd. Schnepfe); nfri. snip. Daarnaast met lange klinker: oe. snīpe (ne. snipe); on. snípa (nno. snipa). Al deze woorden verwijzen naar een of meer van de hieronder genoemde snipsoorten.
De bekendste vogel met deze naam heet voluit watersnip (wetenschappelijke naam Gallinago gallinago). Zeldzamer is de grotere poelsnip (Gallinago media), die vooral voorkomt als doortrekker. Beide zijn genoemd naar hun favoriete leefgebied, namelijk vochtige weilanden, veengronden en moerassen. Daarnaast kent men de houtsnip (Scolopax rusticola), genoemd naar zijn leefgebied (mnl. hout ‘bos’), en de niet-inheemse grote grijze snip (Limnodromus scolopaceus), genoemd naar de kleur van zijn verenkleed.
snipverkouden bn. ‘zeer verkouden’. Nnl. zoo verkouden als eene poelsnip [1861; Harrebomée], verkouwen als een snip [1909; Veenenbos], snip-verkouden [1917; Leeuwarder Courant]. Deze uitdrukking is volgens Veenenbos (1909) gevormd naar analogie van de oudere uitdrukkingen kijken als een (poel)snip ‘beteuterd kijken’ en dronken als een (poel)snip ‘zeer dronken’, naar de wilde zigzagmanier van vliegen van de poelsnip bij verstoring; oude attestaties zijn: vnnl. hy keeck als een Poelsnip (‘watersnip’) [1615; iWNT wezen II] en nnl. als een bezopen snip [1858; iWNT snip II]. Verwijzing naar de met modder besmeurde snavel van de watersnip of poelsnip tijdens het fourageren (Blok/Ter Stege) is ook mogelijk. Of de roep van de poel- danwel van de watersnip iets met deze uitdrukkingen te maken heeft, is twijfelachtig.
Lit.: K. Veenenbos (1909), ‘Iets over vergelijkingen in de taal’, in: De nieuwe taalgids 3, 1-13, hier 10-11

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

snipverkouden* [erg verkouden] {1926-1950} wordt verklaard doordat de snip2 bij het voedselzoeken vaak een druppel aan zijn snavel heeft hangen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

snipverkouden

Snip is de naam van een loopvogel met een opvallend lange en dunne snavel. Het is begrijpelijk dat men het woord ook bezigt voor een schuit met een puntig toelopende voorsteven, een zogenaamde jaagschuit. Er is dus wel reden het woord snip in verband te brengen met snavel, voorsteven, neus.

Nu is er een zegswijze: zo dronken als een snip die men verklaart uit het met korte zwaaien opvliegen van deze vogel. De redenering is nu dat men op voorbeeld van deze uitdrukking en met de bijgedachte aan snip: neus, ook is gaan zeggen: hij is zo verkouden als een snip, hij is snip verkouden. Toegegeven moet worden dat zo’n verklaring wel naar de lamp riekt.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

asjemenou [uitdrukking] (1950). De zevende druk van het Van Dale Groot woordenboek verschijnt in 1950 onder redactie van C. Kruyskamp (1911-1990) en F. de Tollenaere (1912-2009). Ze zijn de eersten die in een woordenboek het woord asjemenou opnemen, een elliptische uitdrukking van als je me nou … die moet worden aangevuld met bijvoorbeeld belazert. Andere voorbeelden van woorden die voor het eerst worden opgenomen zijn: chips (‘gebakken aardappelschijfjes’), cracker, del, kaasschaaf, ketchup, kiplekker, knoeipot, matten (‘vechten’), paperclip, piemelnaakt, pineut, pitten (‘slapen’), snipverkouden en tent (‘horecagelegenheid’).

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

snipverkouden* erg verkouden 1950 [GVD]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut