Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snik - (schuit)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

snik2* [schuit] {snicke 1374} middelnederduits snicke, oudnoors snekkja [oorlogsschip], middelhoogduits snecke, oudengels snacc [idem]; etymologie onzeker, mogelijk te verbinden met snoek (het scheepstype heeft een karakteristieke neus) (vgl. snip3).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

snik 1 znw. v. ‘schuit voor de binnenvaart’, mnl. snicke v.; Kiliaen noemt het Sax. Fris., mnd. snicke, vgl. on. snekkja ‘oorlogsschip’ en ohd. snacga, oe. snacc ‘klein snelzeilend oorlogsschip’. De naam duidt op de scherpe boeg en het woord behoort tot de groep met sn-anlaut, zoals ook snaak 2 en snoek.

In het fra. overgenomen als esneque, esneche, volgens Falk WS 4, 1912, 102 uit het noordgerm., maar volgens Nyrup ANO 1919, 27 misschien eerder uit het nl.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

snik I (soort scheepje), mnl. snicke v., door Kil. “Sax. Fris.” genoemd. = mnd. snicke, on. snekkja v. “een soort van scheepje”. Wsch. met dial. i uit e en verwant met ags. snacc (v.?), ohd. snacga v. “id.”. Oorsprong onzeker. Bij snakken? Vgl. dan noorw. snôk “snuit, neus” en voor de bet. zie bij snauw I. Bij ohd. snëcko “slak”? Zie slak I. Bij de onder 1. bij snoek besproken woorden? Uit ’t Germ. ofr. esneque, esneche “een soort vaartuig”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

snik 2 v. (schuit), Mnl. snicke + Mndd. id., On. snekkja, verder Ohd. snacga, Ags. snacc, misschien bij snek. Uit Germ. Fr. esnèque.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

snik ‘schuit’ -> Duits dialect † Snick ‘brede beitel voor molenbouwer’; Deens snik, snekke ‘schuit’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut