Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snellen - (zich haasten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

snel bn. ‘vlug’
Mnl. snel ‘vlug, levendig’ [1240; Bern.].
Os. snel (mnd. snel); ohd. snel (nhd. schnell); oe. snel (ne. dial. snell); on. snjallr (nzw. snäll); alle oorspr. ‘behendig, vlug’, met vooral in de Noord-Germaanse talen een sterke betekenisontwikkeling richting ‘moedig, slim, aardig e.d.’; < pgm. *snella-. Hierbij de afleidingen: mnl. snellen (zie onder); mnd. snellen; mhd. snallen, snellen (nhd. schnellen); alle ‘snel (doen) gaan’. In het Fries zijn een bn. snel ‘apart, eigenaardig’ (Grouw) en een zn. ‘lichtekooi; bijdehante, vinnige vrouw’ overgeleverd. Via het Frankisch zijn ontleend: Oudfrans isnel ‘snel, behendig’ [1080; FEW], Italiaans snello, oorspr. ‘snel, behendig’ [1294; DELI].
Verdere herkomst onbekend. Het geminaat -ll- zou teruggaan op ouder pgm. *-dl- (FvWS, NEW e.a.), maar dat is volgens Heidermanns (1993) onwaarschijnlijk.
snellen ww. ‘snel gaan’. Mnl. snellen ‘sneller doen gaan; snel gaan’ in Snelle die tijt ‘laat de tijd sneller gaan’ [1348; MNW], Menech man snelde ende liep Te comene in dies conincs sale ‘Menigeen versnelde zijn pas om in de koninklijke zaal te komen’ [1390-1410; MNW-R]. Afleiding van snel.
Lit.: Heidermanns 1993, 524

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

snellen ww. mnl. snellen ‘versnellen, snellen’, mnd. snellen (intr. en refl.) ‘snellen, zich haasten’, mhd. snellen, ‘wegslingeren, wippen, knippen, klappen’ (nhd. schnellen) < wgerm. *snallian, waarvan de stam abl. staat naast snel.

De uitdr. koppen snellen komt eerst 1827 voor in een beschrijving over de Dajaks, waar verwezen naar Valentijn (1724-1726), waar dit woord echter niet te vinden is. A. Beets Ts 53, 1934, 19-27 merkt op, dat deze bet. ook toekomt aan. nhd. schnellen en dan kan men denken aan de bet. ‘wegslingeren, wegknippen’. Maar zou het nl. woord aan het nhd. ontleend zijn?

Hosted by Meertens Instituut