Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snauw - (type schip)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

snauw* [type schip] {1670} vgl. nederduits snau [snavel, sneb] en snauwen; zo genoemd vanwege de scherpe boeg → snip3 (vgl. snauwen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

snauw 1 znw. v. ‘schip’, Winschooten (1681) snaauw ‘een soort van een Zeeuws of Vlaams vaartuig’, nnd. snau (sedert 1697), daaruit ontleend nhd. schnaue v., nde. nzw. snau, verder uit het nnl. ne. snow (sedert 1676), nfra. senau en russ. šnjáva (begin 18de eeuw, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 86). — Men kan vergelijken nnd. snau ‘snavel, sneb’ en dan denken aan een bet. ‘schip met spitse boeg’. Misschien mag men verder verbinden met on. snøggr (> *snau̯u̯u) ‘snel’. Dat zou uitkomen op ‘snelzeilend vaartuig’; het bezwaar is dat dit woord alleen noordgerm. is, al kunnen wij wijzen op oe. snēowan ‘zich haasten’, on. snūa ‘zich wenden’, got. sniwan ‘ijlen’, die hiermee verwant zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

snauw I (schip). Winschooten (1681) snaauw “een soort van een Seeuws, of Vlaams vaartuig”, nog niet bij Kil. = ndd. snau (sedert 1697). Ontleend zijn: nhd. schnaue v., de. zw. snau, eng. snow, fr. senau “snauw”. Wsch. = ndd. snau “snavel, sneb” (zie snauw II) en oorspr. = “schip met (spitse) sneb”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

snauw v. (vaartuig), van *snauw = bek (z. snauwen), dus = gebekt schip. Hieruit Hgd. schnaue, Eng. snow, Zw. en De. snau, Fr. senau.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

snauw ‘type schip’ -> Engels snow ‘type schip’; Deens snav ‘type schip’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors † snau ‘type schip’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds snau, snav ‘type schip’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins (s)nouwi ‘type schip’ ; Frans senau ‘type schip’; Russisch šnjáva, šnau ‘type schip’; Oekraïens šnjáva ‘type schip’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

snauw* type schip 1670 [F. van der Doe, Indianen in Zeeuwse bronnen 5]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut