Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snaaks

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

snaaks b.nw.
1. Grappig, klugtig. 2. Vreemd, mal. 3. Onvriendelik. 4. Opvallend.
In bet. 1 uit Ndl. snaaks (1677), 'n afleiding met -s van snaak (1625) 'grapmaker, kêrel'. Ndl. snaak uit snaken (ongeveer 1530) wat 'n wisselvorm is van snakken (Mnl. snacken) o.a. in die bet. 'babbel'. Bet. 2, 3 en 4 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. by Mansvelt (1884).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1913).

Hosted by Meertens Instituut