Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snaaien - (wegpakken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

snaaien ww. ‘wegpakken’
Nnl. snaaien ‘snoepen’ (Noord-Holland) [1871; WNT], ‘stelen (in aanwezigheid van de eigenaar), wegpakken, i.h.b. van eten’ in snaaien, snappen, snakken, gappen, kisten, snoeren, kaaien, kieperen, kiepsen, prikken, pikken, op de kop tikken (een opsomming van Haagse uitdrukkingen voor het begrip ‘stelen’) [1887; Groene Amsterdammer], ‘zich op slinkse wijze een voordeel verschaffen of winst behalen’ [1896; WNT].
Herkomst onzeker. Wrsch. via Jiddisch sjneien ‘snijden, afzetten’ ontleend aan Hebreeuws šinajim ‘tanden’, waarvandaan ook snajem ‘(Bargoens) bek met tanden’ (FvWS), snaaiem, baksnaaiem ‘gebit, bek’ (Endt). Maar ook inheemse herkomst is mogelijk, als bijvorm van Fries snoeie ‘snuffelen’, Drents snoeien, sneuien ‘snuffelen, snoepen’, Gronings snuien ‘snoepen, snoeien’.
Voor de betekenisontwikkeling vanuit het Hebreeuws wordt gedacht aan een grondbetekenis ‘happen, de tanden ergens in zetten’, waarbij ook het al oudere zn. snaai ‘op slinkse wijze verkregen voordeel’ [ca. 1720; WNT snaai], snaay ‘portie, aandeel’ [1732; Moormann] past.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

snaaien [stelen] {1897} < jiddisch sjneien [snijden, afzetten].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

snaaien ww. ‘kapen, wegnemen’ zal zeker niet een bijvorm van snij(d)en zijn, maar eerder een bijvorm van mnl. snawen, snouwen ‘happen, bijten’, waarvoor zie snauwen; invloed van graaien, zoals WNT XIV aanneemt, is mogelijk.

Als bargoens woord kan men ook denken aan een ontlening uit het jiddisch; Moorman (volgens mededeling bij van Haeringen Suppl. 155) dacht aan hebr. šinnajim ‘tanden’, vgl. sedert 1732 bij Langendijk snaai ‘aandeel, portie’ en later ‘op slinkse wijze verkregen portie’. Men komt hierbij ook op een grondbet. ‘happen’. — Daarentegen wijst W. de Vries Ts 40, 1921, 102 op drents sneuijen, snoeijen ‘snoepen’, sneuien ‘snuffelen, snoepen, snoeien, snaaien’ en gron. snuien ‘snoepen, snoeien’ en merkt dat de vorm snaai zowel in het oost-nnl. als het noordholl. voorkomt. Dan zou men aan een dialectische bijvorm van snoeien kunnen denken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

snaaien ww. Dialectvorm van snijen, snijden. Vgl. gron. snits moaken (noordbrab. zijn snitjes snijden) = snaaien “goede zaken maken”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

snaaien. De hier gegeven etymologie is niet wsch. Betekenis en gebruikssfeer doen aan barg. oorsprong denken. Wellicht mogen we, o.a. wegens de dial. bet. ‘snoepen, wegnemen om op te eten’ uitgaan van hebr. šinajim ‘tanden’ (snajem ‘bek met tanden’ komt in geheimtalen voor: mededeling Moormann). Hierbij dan het znw. snaai (reeds 1732 bij Langendijk, blijkbaar ouder dan het ww.) ‘aandeel, portie’, later ook ‘op slinkse wijze verkregen voordeel’ (< ‘mondvol, hap’; voor de bet.-ontw. vgl. de groep van snappen).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

snaaien ono.w., dialectvorm van snijden.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

snaaien (Jiddisch schneien)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

snaaien ‘stelen’ -> Noors dialect snaie ‘haastig (af)snijden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

snaaien stelen 1897 [WNT] <Jiddisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut