Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

smurf - (blauw stripfiguurtje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

smurf zn. ‘blauw stripfiguurtje’
Nnl. smurf ‘blauw dwergje met witte broek en muts uit stripverhalen en tekenfilms, dat vaak de woorden ’smurf‘ en ’smurfen‘ gebruikt in plaats van de gebruikelijke woorden’ [1958; Van Nierop 1975], ‘(in het zwarte-geldcircuit) stroman, tussenpersoon’ [1999; Van Dale].
Fantasiewoord, gevormd als tegenhanger van Frans Schtroumpf ‘smurf’ [1958; Van Nierop 1975]. Het Franse woord is mogelijk afgeleid van stroumpf ‘idioot (soldatentaal)’, dat wrsch. ontleend is aan Duits Strumpf ‘kous’, dat in Duitse soldatentaal ‘vadsige dikzak’ en ‘iemand die hulpeloos kijkt’ betekent. De Nederlandse benaming smurf is bedacht door de in 1967 overleden vertaler Armand van Raalte.
De smurfen zijn een creatie van de Belgische striptekenaar Peyo, pseudoniem van Pierre Culliford (1928-1992), die werkte voor het Waalse stripweekblad Spirou en de Vlaamse pendant daarvan, Robbedoes. In 1958 debuteerden de smurfen in het verhaal ‘De fluit met zes Smurfen’ van Johan en Pirrewiet (later Pierewiet). Naar analogie van de zeven dwergen creëerde Peyo voor elke smurf een stereotype persoonlijkheid, waarnaar ze genoemd werden (grote smurf, lolsmurf, brilsmurf etc.).
Lit.: M. De Coster (2006), ‘Smurfen’, in: Neerlandia/Nederlands van Nu 110, 36-37

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

smurf: (jeugdtaal) klein persoon. Zie ook brugsmurf*. Allusie op het kleine blauwe stripfiguurtje dat getekend werd door Peyo (pseudoniem van Pierre Culliford, 1928-1992). De oorspronkelijke Franse benaming was schtroumpf. Het woord viel Peyo te binnen tijdens een dinertje in 1958 met een andere striptekenaar, Franquin. Toen hij niet op het woord ‘zoutvat’ kon komen, vroeg hij zijn collega om hem ‘de smurf’ door te geven: ‘Passe-moi… le schtroumpf!’ Peyo wilde bewust niet de woorden truc, machin of bidule (Frans voor ‘dinges’) gebruiken en verving het door een niet-bestaand woord. Vervolgens gingen de twee aan het smurfen (schtroumpfer), waarbij hele fabels van Jean de la Fontaine werden naverteld met om de haverklap het gebruik van de term schtroumpf. Het spelletje werd een running gag (de smurfentaal was geboren), en resulteerde uiteindelijk in een van de meest succesvolle stripverhalen.

Hoe de schtroumpf in Vlaanderen en Nederland een smurf werd, is een ander verhaal. Dat hebben we te danken aan vertaler Armand van Raalte uit Herne, de zoon van een Amsterdamse vader en een Gentse moeder. Hij werkte bij een Belgische uitgeverij die de verhalen van Peyo in het Frans uitgaf, maar ook in een Nederlandstalige versie. Het Duits klinkende schtroumpf viel volgens hem zomaar niet te vertalen. Hij zocht daarom naar een eenvoudig woord waarvan je ook makkelijk een werkwoord kon maken. Later bleek uit een lezersbrief in De Standaard in 1978 dat een 72-jarige vrouw uit Boechout, geboren te Lier, zich herinnerde dat het woord al in de vorige eeuw in haar huiselijke kring werd gebruikt. Tijdens het eten werd aan tafel tegen de kinderen wel eens gezegd: Ge moet niet zo smurfen, eet deftig! In Frankrijk werd schtroumpf de bijnaam van een blauwhelm (in Bosnië) maar ook een scheldwoord voor een agent; een imbeciel; een dealer of een tussenpersoon in het zwartgeldcircuit. Het nieuwe logo van voetbalclub Ajax stuitte in 2005 op veel tegenstand bij de supporters omdat de gerestylede Griekse held te veel op een smurf zou lijken. En die straalt te weinig arrogantie, onoverwinnelijkheid en Amsterdamse bluf uit. Het klassieke logo uit 1928 zou volgens de fans het enige echte Ajax-logo zijn. De brullende Ajax was immers een grote en sterke man en beslist geen blauwe dwerg.

Op 2-1 in de vierde set brak het lijntje, ironisch genoeg op het moment dat een Nederlandse supporter hem vanaf de tribune luidkeels een hart onder de riem probeerde te steken: ‘Pak die smurf, Martin!’ (NRC Handelsblad, 30/05/2004)

2) smalend voor een lid van de Stadswacht. Vanwege het blauwe jasje. Sedert begin jaren negentig.

De twee stadswachten in de Kalverstraat zeggen dat ze voortdurend het stempel van onbetrouwbare werkloze opgedrukt krijgen. Daarom nemen de mensen hen niet serieus. En door dat jasje, hè. Dat felblauw met felrode biezen helpt niet mee aan het imago van de stadswacht. ‘Hee smurf’ of: ‘Ben je van het ganzenbord gelopen’, zijn nog milde varianten van wat hun zoal wordt toegevoegd. (NRC Handelsblad, 11/06/1994)
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

smurf [stripfiguur] (1958). De Belgische striptekenaar Peyo (pseudoniem van Pierre Culliford, 1928-1992) introduceert de smurfen in het stripblad Robbedoes als bijfiguren in een Johan-en-Pierewietverhaal. De smurfen zijn blauwe dwergachtige wezentjes met uitgesproken individuele eigenaardigheden, zoals de Moppersmurf die continu moppert (“Ik haat …”). De oorspronkelijke Franse benaming was schtroumpf (het Duitse woord Strumpf ‘kous’, fonetisch op z’n Frans geschreven). De smurfen worden een internationaal succes. Smurfen smurfen een eigen taal, het Smurfs, waarin woorden worden gesmurft door smurf of smurfen. Dit effect is door de auteur onder meer uitgebuit voor een satire op de Vlaams-Waalse taalstrijd. Het werkwoord smurfen en het element smurf zijn ook buiten de smurfenwereld in zwang. Op taalkundig gebied bestaat, volgens de Wikipedia, de ‘smurfenregel’, een ezelsbruggetje om te bepalen of er achter een werkwoordsvorm een t moet komen: is het word jij of wordt jij? Het is smurf jij, zonder t, dus ook word jij. Van Dale omschrijft smurfentaal als ‘door scholieren van verschillende etnische achtergrond gesproken mengtaal met elementen van Arabisch, Turks, Surinaams en Nederlands’, oftewel straattaal.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal