Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

smout - (reuzel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

smout zn. ‘reuzel’
Mnl. met ongevocaliseerde -l- eenmalig smalt ‘min of meer vloeibaar vet, olie’ [1240; Bern.], gewoonlijk smout ‘id.’ in .i. pond boter ende nemme; entat redenlic smout ‘precies één pond boter en voldoende smout’ [1277; VMNW boter].
Ablautend zn. bij de wortel van → smelten.
Mnd. smalt, smolt; ohd. smalz (nhd. Schmalz); alle ‘smout’, < pgm. *smalta-. Daarnaast met nultrap pgm. *smulta- ‘id.’, waaruit: oe. smolt; nno. smult.
In het Middelnederlands was smout een benaming voor diverse soorten min of meer vloeibaar vet en ook voor bij de bereiding vloeibare, maar later gestolde vetten, zoals reuzel. Vandaar ook smouten ‘smeren’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

smout* [vet] {smout, smaut, smalt 1201-1250} middelnederduits smalt, smolt, oudhoogduits smalz; ablautend bij smelten1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

smout znw. o. ‘smeer, gesmolten reuzel’, mnl. smout o. ‘vet, smout, reuzel, smeer, olie’, mnd. smalt, smolt, ohd. smalz ‘vet, gesmolten vet’ (nhd. schmalz) < germ. *smalta; daarnaast abl. *smulta: oe. smolt, nnoorw. smolt ‘vet, smeer’, smult ‘varkensvet’, nzw. smult ‘ingewandenvet’, afl. van het ww. smelten.

In de bet. ‘kleindrukwerk’, eig. ‘voordeeltje, buitenkansje’, dat zelf uit is ontstaan ‘vet, smeer’. Zo genoemd omdat dit zetwerk uit vaste formules bestaat, die de drukker voorradig heeft.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

smout znw.o., mnl. smout o. “vet, smout, reuzel, smeer, olie”. = ohd. smalz o. “vet, gesmolten vet” (nhd. schmalz), mnd. smalt, smolt o. “id.”. Met ablaut noorw. smult “varkensvet”, dial. smolt o. “gesmolten vet, smeer”. Vgl. smelten.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

smout. In de drukkersterm smout(-werk) “klein drukwerk” hetzelfde woord: oorspr. bet. ‘voordeeltje, buitenkansje’; vgl. hd. speck ‘id.’. Beets Tschr. 38, 21 vlgg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

smout o., Mnl. id. + Ohd. smalz (Mhd. id., Nhd. schmalz): van denz. stam als het (oude) enk. imp. van smelten. Hieruit It. smalto, Fr. émail.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

smout, sjmout, smalt, zn.: olie, raapolie; reuzel. Vlaams smout ‘smeerolie; reuzel’. Mnl. smout ‘vet, smeer, olie’, Vnnl. smout ‘graisse’ (Lambrecht), smout ‘vet, vloeibaar vet’, smout, raepsmout, lijnsensmout ‘raapolie, lijnolie’ (Kiliaan). Oostmnl. smolt, Mnd. smalt/smolt met ablautende klinker van ww. smelten, smolt, gesmolten; smout is gesmolten vet. Samenst. smout(e)bol ‘oliebol’; smoutkrol ‘aan het voorhoofd plakkende lok’, smoutkop ‘vette kop (scheldwoord)’, smoutneetjes ‘olienootjes’; smoutslegerij ‘olieslagerij’, smoutmelen ‘oliemolen’; oorsmalt ‘oorsmeer’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

smout, zn.: olie, reuzel. Vlaams smout ‘smeerolie; reuzel’. Mnl. smout ‘vet, smeer, olie’, Vnnl. smout ‘graisse’ (Lambrecht), smout ‘vet, vloeibaar vet’, smout, raepsmout, lijnsensmout ‘raapolie, lijnolie’ (Kiliaan). Oostmnl. smolt, Mnd. smalt/smolt met ablautende klinker van ww. smelten, smolt, gesmolten; smout is gesmolten vet. Samenst. smout(e)bol ‘oliebol’; smoutpeer ‘boterpeer; flinke oorveeg’, Wvl. smoutpere evenwel is alleen een ‘boterpeer’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

smout zn. o.: smeerolie; vet, reuzel; vuile vlek (in linnen). Mnl. smout ‘vet, smeer, olie’, Vnnl. smout ‘graisse’ (Lambrecht), smout ‘vet, vloeibaar vet’, smout, raepsmout, lijnsensmout ‘raapolie, lijnolie’ (Kiliaan). Oostmnl. smolt, Mnd. smalt/smolt met ablautende klinker van ww. smelten, smolt, gesmolten; smout is gesmolten vet. Samenst. smoutpuzze ‘bus met wagensmeer’, overdr. ‘smeerpoets’ (zie puzze).

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

smout, zn. o.: smeerolie; reuzel. Mnl. smout 'vet, smeer, olie', Vnnl. smout 'graisse' (Lambrecht), smout 'vet, vloeibaar vet', smout, raepsmout, lijnsensmout 'raapolie, lijnolie' (Kiliaan). Oostmnl. smolt, Mnd. smalt/smolt met ablautende klinker van ww. smelten, smolt, gesmolten; smout is gesmolten vet. Afl. smouter (G) 'boterpeer', vgl. Wvl. smoutpere.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

smout, zn. o.: reuzel. Mnl. smout ‘vet, smeer, olie’, Vroegnnl. smout ‘graisse’ (Lambrecht), smout ‘adeps, arvina, pinguedo, pinguis liquor, pinguedo liquida, axungia’, smout, raepsmout, lijnsensmout ‘oleum ex seminibus rapi aut lini expressum’ (Kiliaan). Oostmnl. smolt, Mnd. smalt, smolt, Mhd. smalz, D. Schmalz ‘reuzel’, Oe. smolt, Zw. smult. Uit smolt/smalt met ablautende klinker van ww. smelten, smolt, gesmolten; smout is ‘gesmolten vet’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

smout ‘vet’ -> Frans émail ‘glazuur’ Frankisch; Esperanto emajlo ‘email’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

smout* vet 1140 [Rey]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal