Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

smaak - (zintuig om te proeven, gewaarwording in de mond)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

smaak zn. ‘zintuig om te proeven, gewaarwording in de mond’
Onl. alleen smak ‘smaak, gewaarwording’ in wanda sie thie craft ande then smak supernę dulcedinis ... hauet ‘want zij (een stem) heeft de kracht en de smaak van de opperste zoetheid’ [ca. 1100; Will.]; mnl. smake ‘gewaarwording bij opname in de mond’ [1240; Bern.], in sien noch hoeren Noch smaek . noch rieken. noch geuulen ‘zien, noch horen, noch smaak, noch ruiken, noch voelen’ [1265-70; VMNW], sine urucht heuet de soetste smake diemen vint van eregher sake ‘zijn vrucht heeft de zoetste smaak die men maar kan vinden’ [1287; VMNW].
Mnd. smake, smak (nnd. smāk, smakk, door ontlening nzw. smak); ohd. (gi)smac (nhd. Geschmeck); ofri. smaka, smek (nfri. smaek); oe. smæc (ne. smack); alle ‘smaak’, < pgm. *smakan-, *smakka-.
Hierbij ook de volgende werkwoordafleidingen: mnl. smaken (zie onder); mnd. smāken, smecken; ohd. smecken (nhd. schmecken), smackēn; ofri. smekka, smetza (nfri. smeits(j)e), smakia; oe. smaken (ne. smack); alle ‘smaak waarnemen, proeven; smaak hebben’.
Verdere herkomst onbekend. Misschien verwant met Litouws smagùs ‘smakelijk, aangenaam’.
smaken ww. ‘een bepaalde of lekkere smaak hebben; proeven’. Mnl. smaken ‘proeven, smaak waarnemen’ [1240; Bern.], overdrachtelijk ook ‘ondervinden’ in En heft des rowen nit gesmakt ‘heeft geen rouw ondervonden’ [1265-70; VMNW], ook ‘smaak hebben’ in die pulmente Die anders smaken ‘de moesgerechten die anders smaken’ [1265-70; VMNW]. Afleiding van smaak.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

smaak* [zintuig om te proeven] {smake 1201-1250} middelnederduits smake, oudhoogduits gasmahho, oudfries smăka naast oudhoogduits smac, oudfries smek, oudengels smæcc; buiten het germ. litouws smaguriai [lekkerbek]; verder geen i.-e. aanknopingspunten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

smaak znw. m., mnl. smāke m. v. ‘smaak, geur’, mnd. smāke ‘smaak, geur’, ofri. smaka m. ‘smaak’, vgl. ohd. ga-smahho. Naast germ. *smaka stond ook *smakka vgl. ohd. smac (nhd. geschmack) ofri. smek, oe. smœcc, nijsl. smekkr, misschien ook got. smakka ‘vijg’. — Buiten het germ. alleen lit. smaguriaĩ ‘lekkernij’, smagùris ‘wijsvinger’ (eig. ‘snoepvinger’); idg. wt. *smeg(h) ‘smaken’ (IEW 967); of men mag hier denken aan een substraatwoord? — Zie verder: smaken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

smaak znw., mnl. smāke m. v. “smaak, geur”. = mnd. smāke (v.?) “id.”, ofri. smaka m. “smaak”, met ʒa- ohd. ga-smahho m. “id.”. Hierbij mnl. smāken “smaken (trans. en intr.), proeven, ondervinden, aangenaam vinden, in zich hebben, naar iemands smaak zijn, bevallen, aanwezig zijn” (nnl. smaken), = ohd. smahhên “smaken”, mnd. smāken “smaken (trans. en intr.), proeven, ondervinden, bevallen”, ofri. smakia “smaken”, meng. smakin, zw. smaka, de. smage “smaken, proeven”. Hiernaast met kk oudnnl. (l6. eeuw) smecken “proeven” (wsch. onder du. invloed), ohd. smach m. “smaak” (nhd. geschmack), smecken “proeven” (nhd. schmecken), mhd. smacken (trans. en intr.) “id., ruiken”, mnd. smecken “smaken (trans. en intr.), proeven”, ofri. smekka, smetsa ”smaken”, smek (kk) m. “smaak”, ags. smæccan “proeven”, smæcc m. “smaak” (eng. ww. to smack, znw. smack), ijsl. smekkr m. “id.”. In mnd. mnl. smak m. “smaak” kunnen *smakka- en *smaka- (= ohd. (gi)smah m. “smaak”) zich vereenigd hebben. Zie nog smakken. Got. smakka m. “vijg” kan verwant zijn. De combinatie met lit. smaguriaĩ “lekker hapje”, smaguris “lekkerbek, tweede vinger”, smagùs “smijdig, aangenaam”, po. smagły “smijdig, mager” is mogelijk; idg. smag- of veeleer smeg-, smog- kan “zacht langs iets glijden” beteekend hebben en dan kan ’t een verlenging van smê- (zie smaad) zijn (onzeker!); ags. smacian “demulcere” heeft eer â en is dan = smeken.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

smaak. “Ohd. smach”, beter: ohd. smac.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

smaak m., Mnl. smake + Ohd. smac (Mhd. id., Nhd. schmack), Ags. smæc (Eng. smack), Ofri. smaka: niet buiten het Westgerm. (Zw. smak, De. smag zijn uit Ndd.). Misschien verwant met Lit. smaguriaĩ = lekker beetje, smagùs, Po. smagly = smijdig.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

smaak ‘esthetische waarde’ (bet. van Frans goût)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

smaak ‘zintuig om te proeven’ -> Deens smag ‘zintuig om te proeven’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors smak ‘zintuig om te proeven’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds smak ‘zintuig om te proeven’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins maku ‘zintuig om te proeven’ ; Frans dialect smak ‘geur, smaak’; Menadonees smak ‘smaakvol’; Papiaments smak (ouder: smaak) ‘zintuig om te proeven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

smaak* zintuig om te proeven 1100 [Willeram]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2082. Over den smaak valt niet te twisten.

Deze meening wordt in de 18de eeuw gevonden bij Tuinman I, 105: Smaak laat zich niet betwisten; II, 29: Elk zijn meugje. De smaak laat zich niet betwisten; Harreb. II, 276; hd. Ueber den Gesmack lässt sich nicht streiten; fr. des goûts et des couleurs il ne faut pas disputer; chacun (a) son goût; eng. there is no accounting for tastes. Het lat. de gustibus non est disputandum is eene vertaling van deze spreekwijze. In klassiek Latijn komt het niet voor.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut