Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sluw - (geslepen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sluw bn. ‘geslepen’
Nnl. sluw ‘listig’ in De sluwe Augustus [1803; iWNT sullen II], Het sluw en listig Hoofd dier opgeruide scharen ‘... van die opgezweepte menigte’ [1821; iWNT].
Een in het Nederlands opvallend laat geattesteerd woord, dat in het Nederduits al ouder is, en daarom daaraan ontleend kan zijn.
Mnd. slū- ‘heimelijk, stiekem’ in slūbetsch ‘achterbaks, bits’ (nnd. slū ‘slim’, vanwaar door ontlening nhd. schlau ‘id.’ [16e eeuw; Kluge]), alsook nzw. slug ‘id.’; nhd. dial. (Beiers) schlauch ‘slim’; < pgm. *slūha-. De Nederlandse -w is een overgangsklank uit de verbogen vormen, zie → ruw, dat op vergelijkbare wijze is ontstaan uit pgm. *rūha-. Engels sly, dat op de wortel van → slaan teruggaat, is niet verwant.
Verdere herkomst onzeker. Gaat men uit van een betekenis ‘kruiperig’, dan hangt het woord misschien samen met mnd. slū ‘eierschaal, huls’ (waar iets in- of uitkruipt), zie in dat geval → sluiken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sluw [listig] {1818} < hoogduits schlau, nederduits slu, aansluitend bij de groep van sluipen, sluiken, sluimen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sluw bnw., in de 17de of 18de eeuw uit het duits, vgl. nnd. slū, nhd. schlau. Uit het nnd. eveneens noorw. slu, dial. slug, nzw. slug. Uitgangsvorm is *sluha eig. ‘sluipend’, die behoort tot de groep van sluiken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sluw bnw., nog niet bij Kil. = nnd. slû, nhd. schlau “slim, sluw”, (bei. schlauh, -ch). Uit ’t Ndd. noorw. slu, dial. slug, zw. slug “id.”. Mnd. al slû-bētsch “valsch, bijtachtig”, slû-hôrer m. “luisteraar”. Misschien een jong woord, onder invloed van sluiken, sluipen, eventueel nog van andere woorden van dergelijken klank en bet. opgekomen, maar mogelijk ook ouder dan uit de teksten blijkt en van germ. slū̆χ- “glijden, sluipen, glad zijn” (waarover zie sluiken), dat op idg. slū̆q- of sklū̆q- terug zou kunnen gaan: vgl. lett. slauzît “afvegen”, lit. szliuksztu “ik glier (op ’t ijs)”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

sluw. Het is denkbaar, dat de bet. ‘listig’ uitgegaan is van ‘stil, stiekum’; dan zou in aanmerking komen de combinatie van Kroes Neophil. 3, 188 met fri. slûch ‘slaperig, loom’, dat verder met sluimeren en got. slawan ‘zwijgen’ verwant kan zijn. Voor de bet. vgl. fri. slûchslim ‘listig, zonder de schijn ervan te hebben’. — Noordholl. sluw, sluuf ‘dun, schraal, armzalig’ zou dan hetzelfde woord zijn met een andere, nauwer bij ‘slap’ aansluitende bet.-ontw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sluw bijv., + Ndd. slu, Hgd. schlau: misschien bij sluiken. Zw. slug, De. slu(g) uit Ndd. Niet hierbij Meng. sleigh (Eng. sly) uit Skand.: On. slǿgr = listig, slǿgd = list (Zw. slöjd), dat bij slaan behoort.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

sjlouw (bn.) sluw; Nuinederlands sluw <1803> < Duits schlau.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sluw (Duits schlau)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sluw ‘listig’ -> Duits schlau ‘slim’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors slu ‘listig’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds slug ‘listig’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sluw listig 1818 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut