Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

slome duikelaar - (sul)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

In tegenstelling tot wat de hieronder geciteerde woordenboeken schrijven, is Sjloume Duikelaar niet het pseudoniem van Abraham Swalff, maar van de schoonvader van zijn jongste dochter, Gerrit Jacob Goslar (1746-1819). Zie hierover:

  • H.F. Wijnman (1955), 'Slome duikelaar', in: Amstelodamum 42, 12-14 (pdf)

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sloom bn. ‘suf, traag’
Nnl. Slome duikelaar “een martelaar (tobber, knoeier) in de kunst” [1890; De la Mar], Een lange slungel ... een boersche verschijning, die met sloome beenen naarbinnen kwam [1889; iWNT], Die lange, sloome jongen ..., met zijn vreesachtige stem [1890; Gids], zeg jij daar, sloome duikelaar [1893; Nieuwe Gids], 'n Slof mensch, 'n sloome, die niet voor 't vak deugde [1897; iWNT], slome duikelaar “een zeer slecht tooneelspeler” [1899; Woordenschat duikelaar], slomeduikelen “met een (slecht) tooneelstuk, d.i. er maar wat van maken” [1899; Woordenschat], sloom “langzaam”, sloome “suffer”, sloome duikelaar “iemand die door zijn luiheid ten onder gegaan is; iemand die geen lef heeft” [alle 1906; Boeventaal], de slomme duikelaar, de gnuiverd! [1911; Groene Amsterdammer].
Herkomst onduidelijk. Het is een relatief jong woord; samenhang met → sluimeren (NEW, Verc.) is daarom minder waarschijnlijk. Mogelijk is het woord gevormd bij → loom, met de anlaut sl- van woorden als → slak 1, → slenteren, → sloffen, → slungel, die alle een betekeniselement ‘traag’ en/of ‘suf’ in zich hebben (FvWS). De vaste verbinding slome duikelaar, tegenwoordig ‘sul, slungel’, maar in de oudste en enkele andere oude attestaties gekarakteriseerd als toneeltaal voor ‘minder gewaardeerd toneelspeler’, is een verbastering van de naam Sjloume Duikelar, een Jiddische auteur uit begin 19e eeuw, volgens Voorzanger/Polak (1915) “de held van allerlei anecdoten en kwinkslagen”, volgens S.M. Noach in NTg 10 (1916), 284, de “Joodse Tijl Uilenspiegel”. Deze naam, met Jiddisch Sjloume (bij Voorzanger/Polak Shlaume) < Hebreeuws Šəlōmō ‘Salomo’ en → duikelaar in de betekenis ‘potsenmaker’ < ‘buitelpoppetje, acrobaat’, zou een pseudoniem zijn van ene Abraham Joseph Swalff (1745-1819).
Of het bn. sloom is ontstaan door herinterpretatie van het eerste lid in deze vaste verbinding slome duikelaar (WNT), of dat het onafhankelijk is ontstaan en slechts de overgang Sjloume > slome heeft gestimuleerd (Stoett), blijft onzeker.
Lit.: Ch. de la Mar (1890), ‘Tooneeltaal’, in: Onze Volkstaal, tijdschrift gewijd aan de studie der Nederlandsche tongvallen 3, 254

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

slome duikelaar [sul] {1899} naar het pseudoniem Sjloume (= Salomon) Duikelaar van Abraham Joseph Swalff (1745-1819), een figuur op een Amsterdamse markt over wie veel anekdoten in omloop waren, schrijver van jiddische stukjes. Vermoedelijk koos hij de naam Duikelaar op grond van de oude betekenis: middelnederlands duckelen [aanhoudend bukken].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

(slome) Duikelaar

In het ghetto van het 18e-eeuwse Amsterdam heeft een man geleefd, die gelegenheidsdichter, uitgever van humoristische blaadjes en komiek was. Zijn naam was Salomo, in het Pools-Jiddisch: Schloime. Misschien was hij ook wel acrobaat. In ieder geval gaf men hem de bijnaam Duikelaar. Die eigennaam nu werd soortnaam in de betekenis van: iemand die rare sprongen maakt. Maar de niet-Joodse Nederlanders brachten de voornaam Schloime in verband met het woord sloom: traag, langzaam en bezigden de naam slome duikelaar, die aan een kwiek, levendig man zijn oorsprong dankt, juist voor mensen die niet snel reageren.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

slome duikelaar: traag, sloom iemand. Aanvankelijk (in de negentiende eeuw) een aanduiding voor een slecht toneelspeler. Hiervan was ook een werkwoord afgeleid: slomeduikelen (er met een slecht toneelstuk toch nog wat van maken). In die betekenis ondertussen verouderd; wel nog steeds gebruikt voor ‘een traag en suf iemand, een sufferd’. Henke geeft de omschrijving ‘iemand die door zijn luiheid ten onder gegaan is. Iemand die geen lef heeft’. Het scheldwoord is gevormd naar Sjloume Duikelaar, het pseudoniem van de achttiende-eeuwse Amsterdamse koopman (schoenpoetser volgens sommigen), gelegenheidsdichter, uitgever en Jiddisch schrijver Abraham Joseph Swalff. Sjloume is Pools-Jiddisch voor Salomo. De man maakte poerimkranten en andersoortige kleine publicaties die een beeld gaven van de grote armoede in de Amsterdamse Jodenbuurt omstreeks 1800. Waarom men hem de bijnaam duikelaar gaf is niet zeker maar misschien heeft het te maken met het feit dat hij ook schoenpoetser was. Tegenwoordig verstaan we hieronder ‘iemand die rare sprongen maakt’. Niet-Joodse Nederlanders brachten de voornaam Sjloume in verband met het woord sloom ‘traag, langzaam’ en gebruikten het voor iemand die traag reageert.

‘God zal me!’ viel oome Willem zoo ruw uit, dat tante Mijntje, ‘wel foei’ schrok; ‘daar heb je hem; zeg jij daar, sloome duikelaar, buk liever wat, je gooit met je kersepit dat bekertje anders nog van de schoorsteen. Zoo’n gladdekker!’ (Jac. Van Looy, Feesten. In: De Nieuwe Gids. Achtste Jaargang, 1893)
Moest je Piet hebben, zoo’n sloome duikelaar… (De Groene Amsterdammer, 18/08/1912)
Ik weet het niet, Santje, maar ik geloof dat het zóó beter is. Als ik den jongen verbied, om met z’n vrinden te voetballen, dan maak ik er òf ’n huichelaar òf ’n sloome duikelaar van. (J.B. Schuil, De A.F.C.-ers, 1915)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

slome duikelaar sul 1899 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal