Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sleun - (snoeisel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sleun [snoeisel] {1884} van sleunen, slonen, slenen [snoeien], middelnederlands sleynen [kappen]; etymologie onbekend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

sleun (W), zn. m.: snoeisel. Van ww. sleunen 'snoeien, uitdunnen (door het wegkappen van takken), naast sleunen, slenen (Hageland). Vnnl. sleunen, slonen 'snoeien, takken weghakken' (Kiliaan). Wellicht uit Mnl. *sleumen, slumen 'ontschorsen' van Mnl. slume, sleume 'bast, schil' (zie sluim). Vnnl. sluymen, pellen 'ontschorsen' (Kiliaan).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut