Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

slenk - (geul)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

slenk* [geul] {slenke [poel, kuil] 1350} fries slink(e); van slinken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

slenk znw. v. m. ‘geul in een schor; greppel; ondiepe kom in hoogveen; plas, gat in een weg; gezonken deel van de aardkorst tussen twee breukvlakken’, mnl. slenke v. ‘poel, kuil’, nhd. dial. schlenke, schlinke v. ‘straatgoot’, westf. slenke v. ‘krom en moerassig dal’, vgl. nog fri. slink, slinke ‘laagte, geul in schor’ < germ. *slankiōn ‘vernauwing, engte’, afl. van slinken.

Voor de mogelijkheid, dat het nnl. woord met kolonisten naar het gebied van de Elbe tot aan de Neumark overgebracht werd, vgl. Teuchert, Sprachreste 178-180.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

slenk (moddergat in den weg), mnl. slenke v. “poel”. = hd. dial. schlenke, schlinke v. “straatgoot”, westf. slenke v. “krom, nauw, broekachtig dal”, gron. slenk, slink “greppel”, fri. slink(e) “laagte, geul waardoor ’t water afvloeit”. Uit *slaŋkiôn-, bij slinken: oorspr. bet. “nauwte, vernauwing”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

slenk v. (moddergat), Mnl. slenke + Ndd., Oostfri. slenke, dial. Hgd. schlinke: met e = ä van slinken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

slenk s.nw.
Nouerige dal wat ontstaan deur die insinking van die bodem as gevolg van onderaardse verskuiwing.
Uit Ndl. slenk (al Mnl.). Mnl. slenk het vroeër 'poel, kuil, moddergat in die pad' beteken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

slenk ‘geul, poel’ -> Duits dialect Schlenke ‘geul’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut