Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

slempen - (overdadig eten en drinken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

slempen ww. ‘overdadig eten en drinken’
Vnnl. slemmen ‘brassen, overdadig eten en drinken’ [1546; Naembouck], Wilt ghi dan sles (‘slechts’) brassen en slemmen [1556; iWNT], Slemmen / slempen oft brassen [1562; Naembouck], dat ghy lustich slempt en smetst (‘schranst’) [1615; iWNT].
Oorsprong onbekend, mogelijk een klanknabootsend woord (FvW).
Mhd. slemmen ‘slempen’; mhd. slemmen ‘id.’ [15e eeuw; Kluge] (nhd. schlemmen ‘smullen, smikkelen’). Kluge en Pfeifer achten de Nederlandse klank -mp- oorspronkelijk en nemen verband aan met vnhd. schlampen ‘slap afhangen, slobberen’ [15e eeuw; Pfeifer] (nhd. ook ‘slordig zijn, klungelen’), nhd. Schlamp(e) ‘sloddervos, slons, sloerie’. Zij gaan uit van een genasaliseerde vorm bij de wortel van → slap. De -p- zou dan zijn weggevallen onder invloed van het zn. Schlamm ‘modder’ of geassimileerd aan de m. Maar in de oudste Nederlandse vindplaatsen ontbreekt de -p- ook en daarom lijkt het waarschijnlijker dat deze secundair is ontstaan, bijv. als gevolg van de uitspraak /mpt/ in de verbogen vormen *slemt en *geslemt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

slempen* [grond met water drenken, overdadig eten en drinken] {slemmen [brassen] 1546, slempen 1562} wel van slemp [klei], evenzo middelhoogduits slemmen, van middelnederduits, middelhoogduits slam [modder].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

slampampen ww. sedert de 16de eeuw, mnd. slampampen, vroeg-nhd. slampampen, nhd. schlampampen is een ‘streckform’ van het bij Kiliaen genoemde slampen, slempen, verg. nhd. dial. (beiers, zwab.) šlampə, eig. een uitdrukking voor ‘smakkend eten of slurpend drinken’. Verder te vergelijken mhd. slampen ‘slap neerhangen’, nhd. dial. schlampen ‘luid slurpen; slap neerhangen; nalatig zijn’ en vgl. nog schlampe, schlumpe ‘vuil vrouwmens’. — Deze woorden zullen wel met nasaal-infigering uit slap ontstaan zijn. — Zie ook: slempen.

slempen ww. ‘brassen’, waarvoor zie: slampampen. Daarvan afgeleid slemp ‘een drank uit melk met daarin gekookte saffraan, kruidnagels, kaneel en foelie’. — Zonder p staan daar naast: nhd. schlemmen ‘overdadig eten’ (> nde. slemme, ouderzw. slämma) en schlam ‘overdadige levenswijze’, mogelijk zoals Kluge-Mitzka 656 menen een vervorming van slempen onder invloed van schlamm ‘modder’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

slampampen, slampamper ww. resp. znw. Sedert Kil., die als synoniemen slampen, slempen, slemmen resp. slemmer opgeeft. = nhd. schlampampen, mnd. slampampen “slempen”. Reduplicatieve formatie bij Kil. slampen, waarnaast slempen (sedert Kil.) en Kil. slemmen. Uit ’t Du. hierbij laat-mhd. slemmen “slempen, brassen” (nhd. schlemmen), hd. 1515 schlamp m. “fuif” en Teuth. sloemen, mnd. slômen, slommen “brassen, slempen”. Een onomatopoëtisch gevoelde woordfamilie. Als van verwantschapsbetrekkingen sprake kan zijn, vgl. in de eerste plaats mhd., mnd. slam (mm; nhd. schlamm) m. “modder, vuiligheid”, dat als oergerm. *slaƀ-ma- bij slab zou kunnen hooren. In ieder geval is dial. du. (hd. en ndd.) slampamp(e) “modder, vuiligheid, dunne, slechte pap” in bet. door dit slam beïnvloed.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

slempen ono.w., Mnl. id. en slampen + Mhd. slemmen (Nhd. schlemmen); eveneens Vdl. slemp + Mhd. slamp; verder verwantschap onzeker.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

slempen* overdadig (eten en) drinken 1546 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut