Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

slechtvalk - (roofvogel (Falco peregrinus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

slechtvalk zn. ‘roofvogel (Falco peregrinus)’
Vnnl. slechtevalk ‘slechtvalk’ in Den Valck diemen anders den Slechtenvalck noemt verschilt vanden Geervalck ‘de valk die men ook wel slechtvalk noemt onderscheidt zich van de geervalk’ [1636; Jacht-Bedrijff, 88], slechtvalk [1858; Vogels].
Samenstelling van het bn.slecht in de betekenis ‘gewoon, eenvoudig’ en → valk. De slechtvalk komt in geheel Europa voor en was de meest door valkeniers gebruikte valkensoort. Hij heeft ook een tijd de wetenschappelijke naam Falco communis ‘gewone valk’ gehad.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

slechtvalk [soort valk] {1901-1925} van slecht in de zin van gewoon.

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Slechtvalk Falco peregrinus Tunstall 1771. Blok 1988: Deze Roofvogel duikt met zo’n snelle vaart op zijn prooi, dat deze als het ware meteen wordt vernietigd, ‘geslecht’. Deze uitleg is ook de meest aannemelijke voor de E volksnaam Slight- falcon [Jackson 1968] waarin middelengels slight of sleght staat voor ‘glad’, ‘met de grond gelijk gemaakt’. [E slaughter en N slachting zijn verwant met het ww. slaan.] Voor fries Sljuchtfalk [De Vries 1912; 1928] en Sljochtfalk [Zantema 1992] geldt hetzelfde. Ouder D Schlechtfalke (níét in Suolahti 1909 en Wüst 1970; daarom wellicht een leenwoord uit het N; officieel D Wanderfalke) is op die manier vanuit het D niet goed te verklaren.
In het ouder deens Slagfalk en ouder zweeds Slaghök (beide stonden ws. voor de Slechtvalk) staat het eerste element voor ‘slag’ of ‘slachting’.
Er is voor de N naam een alternatieve verklaring voor het element slecht, die bijv. vDE 1993 geeft, te weten slecht ‘gewoon, ordinair’1. D gemeiner Falck (Schwenckfeld 1603), Sp Halcón Común en een ooit door Gmelin 1788 gehanteerde wetenschappelijke naam Falco communis passen daar ook bij.
Nu kan in N de Slechtvalk onmogelijk zo algemeen (gemeen, gewoon) geweest zijn dat dit in een door het volk gegeven naam tot uitdrukking werd gebracht. Men was zich integendeel van het feit bewust dat de Slechtvalk h.t.l. alleen op de trek voorkwam: Passagier ↑, officieel fries Noardske Falk ↑ en D Wanderfalke (vgl. sub Waarûle) getuigen ervan; ook de soortnaam peregrinus (Lat voor ‘vreemd, buitenlands’; voor etymologie zie sub Akkerleeuwerik) en de oude D naam Frembder Falck [Gesner 1555] wijzen daar op. Houttuyn 1762 noemt (p.157) de Pelgrim, waarmee de Slechtvalk moet zijn bedoeld (hij correspondeert niet met één van Linnaeus’ Valken). De vogel werd echter vooral met begerige ogen gadegeslagen door Valkeniers, en de naam Slechtvalk is ws. dan ook uit die kringen afkomstig [mb.99D,15]. In kringen van Valkeniers was de Slechtvalk ws. wél de meest voorkomende soort, de ‘gewoonste’ dus!

==

1 De betekenis ‘inferieur’ is hier niet van toepassing. De Slechtvalk is dus geen ‘slechte Valk’ of ‘gemenerik’.

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

SLECHTVALKFalco peregrinus
Duits Wanderfalke
Engels Peregrine Falcon
Frans Faucon pèlerin
Fries Noardske Falk
Betekenis wetenschappelijke naam: valk uit het buitenland. ‘Slecht’ betekent algemeen, gewoon, want de vogel was bij valkeniers een niet zeldzame soort, zoals ook uit de Duitse volksnaam Gemeiner Falck blijkt. Voordien zou de naam zijn afgeleid van slechten of slopen, de manier waarop de prooi wordt geslagen. Valkeniers noemen deze vogel vanouds Pelerin, hetgeen wil zeggen dat hij in z’n trektijd werd gevangen (om vervolgens te worden afgericht). Dat waren vooral jonge vogels, afkomstig uit buitenlandse broedgebieden, b.v. die in Zweden, waar hij Pilgrimsfalk heet. De betekenis van het Franse woord pèlerin is eigenlijk een mantel van een péregrin, een pelgrim, iemand die op bedevaart is naar een gewijde plaats. De vogel stond bekend om zijn grote trekbewegingen en dit imago is ook vervat in de namen Pelgrim, Passagier (ZH) en Wander (naar de Duitse naam). De Friese naam geeft weer dat hij in Friesland vanuit Noord-Europa, waar z’n broedgebied ligt, afkomstig is. Elders in ons land is ook wel eens een rondzwervende Barbarijse Slechtvalk gesignaleerd. De Sljuchtfalk (Fr), ook Slechtkopvalk genoemd, behoort tot de snelste en behendigste luchtjagers. Hij grijpt een prooi met zo’n vaart dat deze soms al meteen is geslecht (gesloopt). Zijn naam heeft hiermee echter niets te maken. Wel passen bij het gedrag van deze roofridder de namen Stötvaalk (Gr), Doevestoater (Lb), Duivenvalk en Eendenkrem (vergelijk klemvast). In Vlaanderen spreekt men over de Duiveklamper. Het mannetje wordt Blauwe Falk (Fr) genoemd wegens de leiblauwe kleur van de rug. Nog een naam uit de valkerij is Edelvalk waarmee men z’n capaciteiten onderstreept. Een jonge valk van ‘de edele kweek’ is een ‘blaat’, een samentrekking van blauwpoot, naar de kleur van zijn tenen. Destijds Blauwvoet genoemd. Ook werden kortweg de benamingen Falk (Fr) of Valk (ZH) voor de Slechtvalk gebruikt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

slechtvalk ‘roofvogel’ -> Engels † slight falcon ‘roofvogel’; Duits † Schlechtfalk ‘roofvogel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

slechtvalk roofvogel 1636 [WNT Bijv.+verb.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut