Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

slachtoffer - (door ongeluk getroffen persoon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

slachtoffer zn. ‘door ongeluk getroffen persoon’
Vnnl. slachoffer, slachtoffer ‘offerdier dat geslacht wordt’ in een sachtmoedich lam dat gedragen wort totten slachoffer [midden 16e eeuw; MNW], Het bloedt onzes Heeren Christi (die een slachtoffer voor ons arme zondaers gheworden is) [1557; iWNT], slachoffer ‘id.’ [1573; Thes.]; nnl. slachtoffer, slagtoffer ‘door ongeluk getroffen persoon’ in slagtoffers ... van de verhaesting der Inënters ‘slachtoffers van het overijld te werk gaan van degenen die de inentingen gaven’ [1754; iWNT verhaasting].
Samenstelling van slacht ‘het doden’, zie → slachten, en offer, zie → offeren.
Oorspr. was dit een doorzichtige samenstelling: een slachtoffer was een dier dat men offerde door het met een mes te doden, in tegenstelling tot een brandoffer ‘stoffelijk voorwerp dat geofferd wordt doordat het verbrand wordt’. Uit de oorspr. letterlijke betekenis ontstond vervolgens de overdrachtelijke betekenis ‘door ongeluk getroffen persoon’.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Slachtoffer, offerdier dat geslacht wordt; (fig.) persoon die zwaar wordt getroffen door een bepaalde handeling of gebeurtenis.
Slachtofferen, tot een slachtoffer maken.

Een slachtoffer als offerdier dat geslacht wordt als gave aan een god is een algemeen begrip in de Oudheid maar is bij ons mogelijk voornamelijk bekend door de bijbel. Zie bijvoorbeeld 1 Samuël 16:2, 'De HERE zeide: Gij zult een jonge koe meenemen en zeggen: ik ben gekomen om de HERE een slachtoffer te brengen' (NBG-vertaling; de NBV heeft 'offer' in plaats van 'slachtoffer'). In hedendaags taalgebruik is de eerste betekenis, 'offerdier', nauwelijks meer van belang en duidt het woord vrijwel uitsluitend levende wezens aan of met levende wezens vergeleken zaken die zijn getroffen door een (gewoonlijk negatief geachte) handeling of gebeurtenis. Het afgeleide werkwoord slachtofferen is voor het eerst aangetroffen in de negentiende eeuw, in het Vlaams.

Statenvertaling (1627), Leviticus 23:37. Dit zijn de gesette Hoochtijden des HEEREN, dewelcke ghy sult uytroepen, tot heylige t'samen-roepingen: om den HEERE Vyer-offer, Brand-offer, ende Spijs-offer, Slacht-offer, ende Dranck-offeren, elck dagelicx op sijnen dach te offeren.
Met de regelmaat van de klok worden vogels op zee slachtoffer van illegale olielozingen. (Waddenbulletin, 1994, nr. 3)
Ook zij werd slachtoffer van de vergetelheid. (De Standaard, dec. 1995)
Voor diegenen die zich geslachtofferd voelen door het dagelijkse gevecht tussen huid, baard en scheermes presenteert Clinique zich als redder. (Playboy, 1992, nr. 8)

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

slachtoffer (Duits Schlachtopfer)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

slachtoffer ‘iemand die het offer is van de belangen van een ander’ -> Negerhollands slachtoffer ‘iemand die het offer is van de belangen van een ander’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

slachtoffer iem. die het offer is van de belangen van een ander 1556 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal