Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sjans - (geluk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sjans, chance zn. (NN) ‘geluk in de liefde’, (BN) ‘geluk dat je gratuit ten deel valt’
Nnl. in de vele kroegen, waar “sjans” te koop is voor rondjes [1902; Groene Amsterdammer], om een sjaans bij een niese ‘om een meisje te versieren’ [1906; Boeventaal], wat 'n sjans jij maakt [1927; iWNT], Moontje had nog veel “chance” [1929; iWNT chance].
Ontleend aan Frans chance ‘geluk, bof’, zie → kans, meestal met vernederlandste spelling en uitspraak.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sjans [succes (in de liefde), geluk] {na 1950} < frans chance (vgl. kans).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

chance, sjans (zn.) geluk; Nuinederlands sjans <1902> < Frans chance.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

chance (Frans chance)
sjans (Frans chance)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sjans succes (in de liefde) 1929 [WNT polkahaar] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut