Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

siroop - (suikeroplossing)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

siroop zn. ‘suikeroplossing’
Mnl. siroop ‘zoet sap’, als siroep [1240; Bern.], in men siedet water met roosebladen ende darna ... siedemen sucker ... ende dit werdet rosaet siroop ‘men kookt water met rozenbladeren en daarna kookt men suiker en dit wordt rozensiroop’ [1287; VMNW]; nnl. limonade-siroop ‘suikeroplossing met vruchten’ [1884; WNT wijnsteenzuur].
Ontleend aan Oudfrans sirop ‘suikeroplossing (van planten en vruchten etc.) in water’ [1174-80; TLF]. Het Franse woord is ontleend aan middeleeuws Latijn sirupus ‘id.’, een ontlening aan Arabisch šarāb ‘drank’ bij het werkwoord šariba ‘drinken’.
Arabische geneesheren gebruikten plantensappen met suiker als medicijn. Het Arabische woord daarvoor is via hen in het Westen terechtgekomen. Siroop wordt in het Nederlands nog steeds veel bij medicinale toepassingen gebruikt, zoals in hoestsiroop, en later ook in limonadesiroop. In BN-dialecten heeft siroop ook de betekenis ‘bruine stroop bij gerechten’. In het NN komt naast appelstroop sporadisch appelsiroop voor in deze betekenis. Zie → stroop.
Lit.: Philippa 2008

stroop zn. ‘dikke vloeistof op suikerbasis’
Vnnl. strope ‘suikeroplossing’ in van violetten wort een strope gemaect aldus [1514; WNT violet I], stroope ‘id.’ in stroope van Symphyte ‘... smeerwortel’ [na 1624; WNT coleeren I]; nnl. stroop ‘id.’ in stroop van vioolen. Sirop violat [1710; WNT viool II], ‘bruine suikervloeistof’ in De kinderen kregen weêr stroop in de pap [1923; WNT].
Het woord stroop heeft zich ontwikkeld uit → siroop; door het sterke accent op de tweede lettergreep veranderde siroop via seroop in sroop [1657; WNT]. Hierna werd -t- ingevoegd als overgangsklank tussen s en r, zoals dat ook is gebeurd bij → astrant uit assurant.
De algemene betekenis van stroop heeft zich vernauwd van ‘suikeroplossing van bloemen of vruchten in water’ tot ‘kleverige bruine vloeistof op suikerbasis’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

siroop [dikke vloeistof] {syropen ca. 1540} < frans sirop, dat ook is ontleend als stroop.

stroop [dikke vloeistof] {1618} van middelnederlands siroep {1201-1250} met later toegevoegde t < frans sirop < middeleeuws latijn sirupus < arabisch sharāb [drank, siroop] (vgl. sorbet).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stroop 1 v. (siroop), gelijk Hgd. sirup, Eng. id., uit Fr. sirop, van Sp. xarabe, van Ar. šarāb, afgel. van šaraba = hij dronk.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

stroop (de, stropen), (ook:) 1. siroop van vruchten e.d. bestemd om met water als limonade gedronken te worden. De stroop zeven en overgieten in goed schoongemaakte, droge goedsluitende flessen (S&S 288). - 2. limonade van vruchtensiroop met water. Wiesje liep voorzichtig met haar kroesje stroop naar haar plaats, maar George stootte haar tot de stroop op de grond en op de bank viel () (Schungel 100). - Samenst. van 1 en 2: markoesastroop*, zuringstroop*, tamarindestroop* e.d., gemberstroop*. Opm.: Ook in het voormalige NOI. Zie ook: zuurwater*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

siroop (Frans sirop)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Stroop, uit siroop, met invoeging van t als in astrant, uit fra. sirope, spa. xarope (= charope), van arab. sjarab (van drinken).

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Stroop of siroop, onder den invloed der Middeleeuwsche geneeskunde uit ’t It. siroppo en dit van ’t Arabisch sjarab = drank. (De Arabieren beoefenden ijverig de geneeskunst.)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Sorbet, siroop, stroop
De Arab. wortel sjariba beduidt drinken; het substantivum sjarba of sjerba, een teug, hetgeen men in éénen slok drinkt; dit is de klassieke beteekenis, de eenige die Freytag heeft; zij is evenwel later gewijzigd of uitgebreid. In den zin van sorbet schijnt het woord niet het eerst door de Arab., maar door de Perzen gebruikt, die het, met eene wijziging in den uitgang, sjerbet (شَرْبَت) schreven en uitspraken (zie Richardson); van daar het Eng. sherbet. Ten bewijze strekke deze plaats uit dat gedeelte van de reis van Ibn-Batoeta, dat over Indië handelt (III, p. 124): “Vervolgens brengt men gouden, zilveren en glazen bekers, die met water van kandijsuiker, d. i. met stroop in water gesmolten, gevuld zijn; zij noemen dien drank sjerba en gebruiken dien eer zij beginnen te eten.” Men ziet dus, dat in de 14e eeuw die beteekenis voor een Marokkaan nog vreemd was. Later evenwel heeft het die ook onder de Arabieren gekregen, die sjerba uitspreken. De Ital. hebben hun sorbetto, waarvan het Fr. sorbet, waarschijnlijk van de Turken, die evenwel, evenals de Perzen, sjerbet zeggen (zie Meninski). De drank zelf wordt door Lane (The thousand and one Nights, I, p. 124) aldus beschreven: “The sherbet is composed of water made very sweet with sugar, or with a hard conserve of violets or roses or mulberries etc.”
Siroop, stroop, zijn afkomstig van het Arab. woord sjarâb, dat Freytag alleen heeft in den zin van: drank, bepaaldelijk wijn of koffie. In den zin van siroop staat het reeds in een schrijver der 11e eeuw, namelijk bij Bekrî, p. 3 ed. de Slane; Pedro de Alcala heeft het ook onder julepe o xarope en lamedor que lame el doliente (ons likpot), en Bocthor onder sirop (Marcel geeft sjorba voor sirop en Koland de Bussy, L’idiôme d’Alger, p. 454, ’t meervoud sjorbât). Dit sjarâb is onveranderd in ’t Sp. overgegaan, xarabe, b.v. bij Marmol, Descripcion de Affrica, II, fol. 88, col. 2: “no acostumbran xaraves, ni purgas;” ook met verandering der lange a in de lange o, Sp. en Port. xarope (jarope); verder met verandering der lange o in de lange u, der sj in s, en van de eerste vokaal in i of y: Middeleeuwsch Latijn syrupus, siruppus, syruppus (zie Ducange); Ital. nog iets beter sciroppo, sciloppo, siroppo; Fr. syrop, sirop (welke laatste vorm naar Spanje teruggekeerd is), bij ons siroop, en eindelijk erg bedorven stroop.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

siroop ‘dikke vloeistof’ -> Russisch siróp ‘dikke vloeistof’; Oekraïens siróp ‘dikke vloeistof’ ; Indonesisch serop, sirop ‘dikke vloeistof; (Bahasa Prokem) sterke drank (alcohol)’; Jakartaans-Maleis siróp, sirup ‘suikerwater’; Menadonees sirop ‘dikke vloeistof’; Minangkabaus sirup ‘dikke vloeistof’; Soendanees sirop ‘limonade’; Japans shiroppu ‘dikke vloeistof’; Koreaans sirop'ŭ ‘dikke vloeistof’ ; Negerhollands surop, sǝropi ‘stroop’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † seropi ‘dikke vloeistof’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

siroop dikke vloeistof 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late ME] <Frans

stroop dikke vloeistof 1514 [WNT violet I] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

938. Iemand honig om den mond smeren,

d.w.z. iemand vleien; hem lieve, zoete woordjes zeggen; gron. iemand lekkeris op de doeme smeren (Molema, 240); mnl. enen smeren, syn. van enen lecken of leckenbaerden, licken omtrent den baert, iemand likken (vgl. no. 604 en mlat. cui barbam movit linguendo catus bene novit (Werner, 14). Hiernaast in de 17de eeuw en thans nog in dialect (o.a. Molema, 386) een bijv. nw. smerig, vleiend. Vgl. A. Bijns, Refr. 64: Het honich sij om den mont al strijcken den armen, den rijcken; H. de Luyere, 31: Hy ghinck den Cock om den mont vast smouten; Hooft, Ned. Hist. 484; Brederoo, Moortje, 742; Idinau, 221:

Men strijckt hem honingh aen den mondt,
Die men met soete woorden aen-gaet.

Sewel, 341: Iemand honig om de mond smeeren, to flatter, to cajole one. In Kortrijk noemt men een vleier een smouter; Kiliaen vertaalt smoutpotten ook door adulari, assentari, syn. van seemstrijcken, blandiri, adulari; zie Schuermans, 635; vgl. Antw. Idiot. 172: iemand pap (of siroop) aan den baard smeren, hem paaien met bedrieglijke beloften; Teirl. 91: sarope of zeem an iemand zijnen baard doen, wrijven, strijken of smeren, iemand vleien en streelen; 201: zoete boter strijken, streelen en schoonspreken, om iets te bekomen of iemand zachter te stemmen (De Bo, 173; Schuermans, 71); fri. immen sjerp (of huning) om 'e mûle strike, en onze uitdr. met den strooppot omgaan (fri. mei de sjerpkanne omgean), loopen (17de eeuw met den smeerpot loopen), stroop-smeren; vgl. Sjof. 169: Een luie sallepatter, maar die goed met de strooppot kan loopen; P.K. 191: Die 't meest met den strooppot loopt, komt 't snelst vooruit; P.K. 191: O mijnheer, wanneer u eerst slechts begrijpen kunt, hoe ver men met stroopsmeren komt; Amst. 75: Ik kan niet stroop smeren; Het Volk, 21 Oct. 1913, p. 6 k. 1: Maar den vrijzinnig-democratischen heer F. liepen ze met de stroopkwast achterna; Nkr. I, 20 Juli, p. 6: Dan werkte ik met de stroopkwast zoet teemend; Stroopsmeerderij in De Arbeid, 12 Sept. 1914 p. 2 k. 4; 20 Mei 1914 p. 4 k. 1. Vgl. hd. einem Honig ums Maul schmieren; oostfri. ên hönnig um 't mûl smeren (Dirksen I, 61); nd. he schmêrt em Honig um den Bart (Eckart, 217); fr. emmieller qqn; pommader qqn; eng. to honey, to butter, to soft-soap a p; fri. mei de hunichkwast omgean; mei sjerp strike; mei de sjerpkwast rinne.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut