Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sirene - (mythologische figuur; toestel dat een signaal laat horen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sirene zn. ‘mythologische figuur; toestel dat een signaal laat horen’
Mnl. sirena, syrena ‘mythologisch wezen’ in Sirena es die merminne ‘sirene is de meermin’ [1287; VMNW], die twee serenen ‘de twee sirenen’ [1437; MNW]; vnnl. syrene, sirene ‘mythologisch wezen’ in Harpuyen ende Syrenen ‘harpijen en sirenen’ [1652; WNT], bij overdracht ook ‘zeer verleidelijke vrouw’ in Die wereldsche syrenen, die ... onze herten betooveren [1658; WNT]; nnl. sirene ‘toestel dat een signaal van variabele hoogte produceert’ in (De) Sirene stelt ons in staat het aantal trillingen, dat met zekere toonhoogte overeenkomt, nauwkeurig te bepalen [1889; WNT], ‘signaalinstrument’ in met de stoomfluit, sirene of misthoorn [1919; WNT signaal], de sirenes loeien [1945; WNT Supp. alarm I], ook in samenstellingen, zoals in brandweerauto die onder luid belgerinkel of sirenegeloei door de straten rijdt [1948; WNT Aanv. brandweer].
Als toestelnaam ontleend aan Frans sirène, ouder syrène ‘toestel dat een signaal van variable hoogte produceert’ [1819; TLF], eerder al syrene ‘mythologisch wezen’ [1377; TLF], ouder sereine ‘id.’ [eind 11e eeuw; TLF], geleerde ontlening aan Laatlatijn sirena < klassiek Latijn sirēn ‘figuur uit de Griekse mythologie’, dat zelf ontleend is aan Grieks seirḗn ‘mythologische figuur’, van verder onbekende herkomst. Als naam voor een mythologische figuur heeft het Nederlands het woord direct aan het Latijn of Grieks ontleend.
Een sirene (mv. sirenen) was in de Griekse mythologie een wezen met het bovenlichaam van een vrouw, het onderlichaam van een vis en de klauwen van een roofvogel; met fraai gezang lokte zij zeelieden, zodat hun schepen op de rotsen vergingen en ze de schipbreukelingen kon verslinden. De sirene (mv. sirenes) als toestel dat signalen van variabele toonhoogte produceert, werd in 1819 uitgevonden door de Fransman Cagniard de la Tour (1777-1859) en vernoemd naar de sirene met haar onweerstaanbare zang.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sirene [demonisch wezen, half vrouw, half vogel] {1287} < frans sirène < latijn Siren (meestal mv. Sirenes) < grieks Seirènes; etymologie onbekend.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

sirene

In 1819 vond Cagniard de la Tour een instrument uit bestaande uit een schijf met concentrische rijen gaatjes die door ingeblazen lucht aan het draaien gebracht wordt. Daardoor ontstaat een toon die men nauwkeurig kan regelen. Hij noemde dit alarmapparaat sirene, omdat het ook onder water geluid kan geven. De mythologische Sirenen, dochters van de muze Melpomene, personifieerden de gevaren der zee. Zij worden afgebeeld als vogels of vissen met een vrouwenkop en men vindt ze dikwijls gelocaliseerd in de gevaarlijke zeeëngte tussen Sicilië en Italië, de straat van Messina. Men meent wel dat de sirenen oorspronkelijke zielevogels zijn die (als de gestorvenen) de levenden tot zich lokken. De Sirenen deden dit door haar gezang.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sirene (Frans sirène)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Sirene (= Fr. sirène; Lat. Síren, gen. Sirénis = Gr. Σειρήν (Seirên) = Sirene. De Sirenen waren vogels met meisjesgezichten die de voorbij varenden lokten door hun gezang). Toestel dat door het inblazen van lucht tonen kan voortbrengen met regelbare frequentie; geconstrueerd door Cagniard de la Tour (1777—1859).

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Sirenenzang. Aldus noemt men wel eens figuurlijk den machtigen invloed, dien de verleiding zelfs op groote en edele zielen uitoefent. De oorsprong wordt ons door de volgende Grieksche sage opgehelderd.
Volgens de Odyssea (zie Twistappel) woonden op een eiland in het verre westen (van Troje af gerekend), twee zeenimfen, Sirenen geheeten, die de voorbijvarende schepelingen door haar betooverend gezang tot zich lokten, om ze onmeedoogend in het verderf te storten. Toen Odysseus op zijn zwerftochten ook dit eiland moest voorbij zeilen, stopte hij de ooren zijner matrozen met was dicht, opdat zij het gezang niet zouden hooren. Hij zelf liet zich aan den mast vastbinden en gaf bevel de banden nog steviger aan te halen, als hij in het hachelijk oogenblik eenig gebaar mocht maken, om zijn banden geslaakt te zien. Toen het schip het eiland voorbijvoer, roeiden de matrozen ongedeerd voorbij, hoezeer ook de Sirenen haar verleidelijk gezang aanhieven. Odysseus echter maakte werkelijk een smeekend gebaar om los te komen, maar als eenig antwoord bonden de matrozen hem nog vaster.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sirene ‘apparaat om harde alarmgeluiden mee te produceren’ -> Indonesisch siréne, sirine ‘apparaat om harde alarmgeluiden mee te produceren’; Menadonees sirinè ‘apparaat om harde alarmgeluiden mee te produceren’; Minangkabaus sarine, sirene ‘apparaat om harde alarmgeluiden mee te produceren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sirene demonisch wezen, half vrouw, half vogel 1287 [CG NatBl] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut