Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sinister - (onheilspellend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sinister bn. ‘onheilspellend’
Vnnl. sinister ‘boosaardig, slinks’ in by ... sinistre wegen ‘op slinkse wijze’ [1518; MNW slepen], ‘duister, oneerlijk’ in sinistre practijcken ‘duistere praktijken’ [16e eeuw; MNW stabetachten], ook in de afleiding sinisterlicken [1552; Stall.]; nnl. sinister ‘luguber, onheilspellend’ in het schouwspel was werkelijk sinister [1885; Groene Amsterdammer].
Ontleend, al dan niet via Frans sinistre ‘onheilspellend’ [1559; TLF], eerder al ‘ongunstig, vijandig’ [1412; TLF], nog eerder al ‘links’ [13e eeuw; TLF], aan Latijn sinister ‘onheilspellend’, oorspr. ‘links, aan de linkerzijde’, waarvan de verdere herkomst onduidelijk is.
Sinister ‘links’ had in het Latijn ook de betekenis ‘ongunstig, onheilspellend’, mogelijk afkomstig van de oude Griekse gewoonte om zich bij het doen van voorspellingen naar het noorden te wenden, waardoor men het gelukbrengende oosten aan de rechterzijde had en de linkerzijde dus als ongunstig werd gezien. Maar ook ‘links’ in verband met linkshandigheid wordt in veel talen als afwijkend en dus minder gewenst gezien; zie → link 2 en → links.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sinister [onheilspellend] {1669} < frans sinistre [idem] < latijn sinister [links, linker, en dan zowel gunstig als ongunstig]; verklaring daarvan is het feit dat bij de Romeinen de priester naar het zuiden keek en het gelukbrengend oosten aan de linkerhand had, maar in de Griekse traditie de priester naar het noorden keek. Vgl. voor de betekenis benjamin.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sinister b.nw.
Onheilspellend, somber, skrikwekkend.
Uit Ndl. sinister (1669).
D. sinister, Eng. sinister (1432), Fr. sinistre.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sinister onheilspellend 1669 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut